Passant

Hoe we straalden als we elkaar zagen 
giechelden om alles, huilden 
als vriendjes ons dumpten, door de
slappe lach van de bank gleden

Wanneer wilden we niet meer dezelfde 
lippenstift, sijpelde twijfel in stiltes, werden 
omhelzingen onhandig deelden we verdriet niet meer?
Vergaten we verjaardagen, wurmden 
leugentjes zich in waarheden glipten 
schimpscheuten tussen woorden?

Mijn ogen herkennen dierbare 
contouren voor me in de rij mijn 
hart danst mijn mond roept je naam 
je ogen worden groot 
je loopt weg
lang kijk ik je na