In mijn ogen in mijn oren

Na het overlijden van mijn ouders was ik nooit meer in het dorp geweest, maar nu we vanwege corona niet naar het buitenland konden en in de buurt waren, stelde mijn vrouw voor om een ‘reisje naar mijn verleden te maken’. Nadat we de auto aan de rand van het dorp hadden geparkeerd, liepen we door een straat die grotendeels door een supermarkt in beslag werd genomen. Tegenover de supermarkt stond een grote woonboerderij die ik vaag herkende van vroeger, maar toen was het nog een boerenbedrijf en liepen er geiten op het erf.

“In mijn ogen in mijn oren” verder lezen

Hald mich ens vas

Toen ik eenmaal wist waar ‘ons’ liedje werkelijk over ging lukte het me niet meer om met haar te vrijen. We leerden de ballad jaren geleden kennen tijdens een voorjaarsvakantie in Limburg. Het was er koud, zonnig en we vierden er ons eerste verkeringsjaar. Dolverliefd en krap bij kas belandden we in Venlo, meer zat er niet in. We verbleven in een aftands hotel dat het slechte van de jaren ’60 ademde, recht tegenover het station en bevolkt door een horde bezopen en verklede ‘Hollanders’.

“Hald mich ens vas” verder lezen

Naar huis

Janus Klepel

‘Leef, alsof het je laatste dag is.’ Janus Klepel loopt het te neuriën terwijl hij richting de haven loopt. Hij is op weg naar Harry en Monique voor een etentje. Zijn zaken, het beheren van verschillende cafetaria’s, gaat goed dus hij heeft wel een reden om een beetje te zingen. “Naar huis” verder lezen

Eén kopje koffie

Met haar hand zocht ze naast zich en meteen wist ze het weer. ‘Ik ga bij je weg,’ had hij plompverloren gezegd. Notabene tijdens een etentje ter gelegenheid van hun twintigjarig huwelijksjubileum. Hij had al een etage gevonden en ingericht. Een koffer met kleren en wat persoonlijke spullen, ‘ik wil graag de litho’s van de koeien mee’ hadden al klaar gestaan en weg was hij. Ze was zo verrast geweest dat ze niets had gekund, tot diep in de nacht had ze perplex naar de lichte plekken op de muur zitten kijken.

“Eén kopje koffie” verder lezen

Lager wal

Ik heb mijn zeilen gestreken in een baai aan de lijzijde van het eiland. Het is de zomerwind die me tot hier heeft gebracht. Dezelfde wind die mij je stem nadraagt. Een wind die nooit aan land zal komen, die geen behoefte heeft aan een anker.
Het strand is bezaaid met schelpen, achteloos neergegooid en weer vergeten door de golven. Roze vleugelhoorns. Gerimpeld van buiten en glad van binnen herinneren ze me aan jou, aan de momenten dat je me nog toestond om me over je gewelfde, natte schoot te buigen. Oneindig ver boven mij kreunde je. Achtergrondmuziek. Als ik nu zo’n schelp aan mijn oor zou zetten, zou het diepe ruisen een echo zijn uit het verleden.

“Lager wal” verder lezen

Ring Ring

Slaperig keek hij op zijn wekker. Zeventien over twee. Vanuit de flat boven hem kwam keiharde muziek. De La Soul. Hij kroop dieper onder zijn dekbed, maar dat bood onvoldoende bescherming. Hij kon de raptekst woord voor woord verstaan.

‘Hey how ya doin’

Sorry ya can’t get through

Why don’t you leave your name and your number

And I’ll get back to you’

“Ring Ring” verder lezen

De toverformule

‘Vandaag wil ik liefhebben zoals ik nooit heb lief gehad.’ Het is meer een bezwering dan een voornemen. Vanuit zijn bed bekijkt hij het aftandse interieur van de oude stacaravan die hij voor een zacht prikkie heeft kunnen overnemen van een oud-collega. Het aanrecht van de sleetse keuken staat vol met gebruikte mokken, borden en glazen, aan het plafond hangen twee overvolle vliegenvangers en op de grond ligt het stapeltje kleren waaruit hij gisteravond zo zijn bed is ingestapt. Zijn blik glijdt langs het met koffiekleurige vlekken besmeurde laken weer terug naar het beeldscherm.

“De toverformule” verder lezen

Nachtzwemmen

In de achteruitkijkspiegel zie ik de brug, het water, de kleine huizen in sneltreinvaart kleiner worden hoewel ik niet veel harder rij dan dertig. Jij woonde in het laatste huis van het buurtschap aan de rechterkant van de weg. Het huis oogt kleiner dan in mijn herinnering, in de tuin slingert kinderspeelgoed, aan de rand staat een verschoten plastic speelhuisje. Zou er nog familie van je wonen?

“Nachtzwemmen” verder lezen