Hebt u mijn man gezien?

Nee, toch niet die stropdas? Met een van afschuw vertrokken gezicht keek Els naar het oranje geval dat haar man zorgvuldig om zijn hals knoopte. Een dubbele Windsor zoals alleen hij dat kon. Toch bekroop haar ook een gevoel van trots. Wat hadden ze veel bereikt. Toen ze Anton leerde kennen, studeerde hij nog, theologie. Snel na zijn afstuderen werd Anton beroepen door een kerkgemeente in klein dorpje. Ze woonden in een mooi huis en hadden daar hun kinderen gekregen. Hoewel het dorp niet groot was, waren er drie kerken en twee huisartsenpraktijken. Hij, de voorgangers van de andere kerken, de huisartsen en een notaris die net buiten het dorp woonde, waren de enigen die gestudeerd hadden. Automatisch waren ze naar elkaar toegetrokken. Als ‘de notabelen’ van het dorp werden ze regelmatig benaderd om een rol te spelen in een plaatselijke vereniging. “Hebt u mijn man gezien?” verder lezen