Avondklok

Starend kijkt Jelle naar het scherm. Weer een online les waar hij niets mee opschiet, maar wel aanwezig moet zijn. In gedachten gaat hij naar de vorige avond. Samen met Klaas en Sander wilde hij nog even naar buiten gaan. Er lag zo’n mooi pak sneeuw, daar moest iets mee gedaan worden. Het was jaren geleden dat er zo’n pak gevallen was. “Avondklok” verder lezen

‘Praat me even bij!’

Geen idee waar ik ben of wat er gebeurd is. Ik zit op de grond en iemand houdt mijn linker arm omhoog. De arm bloedt en er bungelen lappen vel aan. Mijn benen zijn een beetje opgetrokken en ik zie dat de broekspijp rond mijn linker been onder het bloed zit. ‘Dit moet gehecht worden,’ flitst door mijn hoofd. Dan zie ik iemand naast me zitten met een telefoon aan haar hoofd. ’Rufen Sie ein Ambulanz?’ Ze gebaart druk. Ik ‘weet’ dat het de hardloopster is die ik heb in gehaald op het grindpad. Ik dacht dat dat inhalen goed was gegaan… we hadden nooit dat grindpad op moeten gaan. Waar ben ik eigenlijk en wat waren we aan het doen? Ik vraag het aan B die ik niet zie, maar waarvan ik weet dat hij er is. Hij vertelt me dat ik een ongeluk heb gehad. ‘Ja, dat weet ik ook wel’. ‘Praat me even bij! Waar zijn we?’ 

“‘Praat me even bij!’” verder lezen

Verwenteling

Aan de rand van het vers gedolven graf keek hij naar beneden. Het graf was dieper dan hij had verwacht. Voorzichtig ging hij naast het graf zitten, zijn benen bungelend over de rand. Hoe zou het zijn om onder in het graf op de bodem te liggen. Hij aarzelde even, zette zich toen af en sprong naar beneden. Stukjes aarde, afkomstig van de rand, vielen hem achterna.

“Verwenteling” verder lezen