Eerste liefde

Het was maandag 30 juli, mijn reisgenoot Iris en ik zaten samen in de trein van Milaan naar Venetië. Het weer was warm, de lucht strak blauw. We zaten in een vrij rustige coupé, vier stoelen met een uitvouwbaar tafeltje er tussen. Terwijl buiten de wereld aan me voorbij trok, luisterde ik op mijn koptelefoon naar mijn muziek. Bij het nummer ‘Porcelain’ van Moby dwaalden mijn gedachten als vanzelf af naar de vakanties van vroeger. “Eerste liefde” verder lezen

Dagdromen

In kranten- en tijdschriftenrubrieken waarin geprobeerd wordt een soort persoonlijkheidsprofiel van iemand te schetsen, komt vrijwel altijd de vraag voor: wat is uw favoriete dagdroom? Je moet in het leven op alles voorbereid zijn en dus heb ik lang geleden alvast een antwoord bedacht voor het – overigens onwaarschijnlijke – geval dat ik ooit voor zo’n rubriek in aanmerking kom. Mijn favoriete dagdroom, zal ik dan zeggen, luidt als volgt: in een afgeladen Concertgebouw het drieëntwintigste pianoconcert van Mozart zo spelen dat na afloop mannen stil voor zich uitstaren en mooie vrouwen zich gretig aanbieden.   “Dagdromen” verder lezen

Prehistorisch ritme

Vijfentwintig jaar geleden keken we wekelijks naar de serie Dinosaurs. De serie ging over een Dino-gezin met drie kinderen waaronder een baby, die de vader hardnekkig Not-the-mama bleef noemen. Allesbehalve een wenkend perspectief voor een aanstaande vader. Ik nam me voor om mijn kinderen van jongs af aan te leren dat het papa en niet-de-papa was. Met weinig succes overigens. Het kwam allemaal weer boven toen ik met ‘Not-the-son’ naar de Prehistoric Rhythm Tour van My Baby ging. “Prehistorisch ritme” verder lezen

Mag het licht uit?

Het was vol in de feesttent. De vloer was nat van het bier en overal lagen kapotgetrapte plastic bekertjes. Het mocht de pret niet drukken. Ik was speciaal voor het concert terug gegaan naar het dorp waar ik was opgegroeid.  Ik herkende het intro onmiddellijk. ‘Te veel woorden, te veel zinnen. Voor een mens alleen.’ Langzaam voelde ik een hand in mijn linker kontzak glijden. Ik keek verbaasd op zij, de hand had ik niet van links verwacht. De persoon naast me bleef stoïcijns dansen en naar het podium kijken. Niet haar hand. Blij verrast keek ik naar rechts en ik sloeg mijn arm om haar heen. ‘Mag het licht uit als ik je in armen sluit?’ “Mag het licht uit?” verder lezen

Herfst, bijna winter

Bijna iedereen op het perron kijkt, licht voorover geknakt, naar z’n telefoon. Niet alleen maar wel allenig sta ik ertussen. Twee meter verderop, buiten de overkapping, klettert de regen op het perron. Het is veel te vroeg donker. Bij een windvlaag voel ik de spetters. Nee – de trein komt zo.

De Dijk speelde voor een uitverkochte zaal, vorige week. Dat deden ze al toen m’n jongens nog niet geboren waren. Nu zijn die erbij en ze vinden het ook geweldig. Ik haal drie bier. ‘Als het golft, dan golft het goed.’ Bij Dansen op de vulkaan ging de vloer op en neer, aldus de jongste. Ik ook.  ‘Het regent in de straten. Er is niemand in de stad. Iedereen …’ Ook mooi. “Herfst, bijna winter” verder lezen

(I can’t get no) Satisfaction

Na tien nummers was Mick Jagger wel aan een pauze toe. Keith Richards nam de zang over, en mijn vrouw vertrok naar de toiletten. Ook voor haar was de No Filter tour van de Rolling Stones een vermoeiende aangelegenheid.

Twee uur voor aanvang van het concert stonden we al voorbij de middellijn van de grasmat in het voetbalstadion, dat voor deze keer was voorzien van een hard-plastic tapijt. Het was een mooie plek van waar we de Stones ook in ware grootte goed  konden zien. Het was er daardoor ook druk. Mensen wurmden zich via niet bestaande koeienpaadjes voor en achter ons langs, waardoor het drinken van een biertje een uitdaging was. Iedere keer wanneer mijn elleboog werd aangeduwd, belandde de inhoud van mijn glas niet in mijn mond, maar over mijn linker schouder. Gelukkig had de man voor me hetzelfde probleem, zodat er toch nog genoeg bier in de buurt van mijn mond terecht kwam. “(I can’t get no) Satisfaction” verder lezen

School

I can see you in the morning
When you go to school.

Vanaf het prille begin ben ik fan van Supertramp. Prachtig zijn de composities van Roger Hodgson en Rick Davies. Alle songteksten van Supertramp kende ik uit mijn hoofd en nog steeds zing ik de liedjes hardop mee. Soms krijgen songteksten een extra dimensie. Zo kreeg, op het moment dat mijn kinderen de basisschool ontgroeid waren, de tekst van de hit ‘School’ voor mij een grotere betekenis. De tekst van dit lied pakte mij bij mijn schouders en schudde mij wakker. Dit lied gaat over de hoge verwachtingen die de maatschappij en ouders hebben van een jong opgroeiend kind. Als ouder wil je je kind beschermen,  dat het zijn best doet, oplet, leert, niet te laat buiten rond hangt, respect toont. Kortom; een kind opvoeden dat aan de mainstream verwachtingen voldoet. Maar is dat wel realistisch, willen we dat wel echt en hoe denkt je kind hierover? “School” verder lezen

Schemering

Voor mij zijn radiospelletjes een aardig tijdverdrijf. Vaak is het luisteren een wedstrijd met de deelnemer: wie weet als eerste het antwoord? Soms is er vooral verwondering: ABBA, stomkop! Maar misschien is het ook wel de bedoeling dat je bij zo’n spelletje in een kleine roes wegdommelt. En dat gebeurde na een uit de hand gelopen kantoorborrel op het Plein in Den Haag. Radiofragmenten probeerden mijn slaapdronken hoofd binnen te dringen. Wat had de luisteraar gehoord? Gloria Gaynor, Dire Straits, Neil Diamond, Dolly Dots en The Cats. Fout! Niet Gloria, maar Donna Summer. ‘Jammer’ vond de presentator, ‘de volgende keer beter’ vond de luisteraar. De wereld gaat aan laconiek ten onder. Of de luisteraar van de Dolly Dots hield? Nee, de meiden waren niet echt zijn ding. ‘Mooi’, zei de presentator, ‘dan draaien we nu het nummer van de Dolly Dots’. Over afscheid en dat het moeilijk is. Ik hou van radiologica. “Schemering” verder lezen

Kleine jongen

Het Nederlandstalige levenslied is niet zo aan me besteed. Ik was te vaak op feesten waar aangeschoten mannen ‘ Ze gelooft in mij’ voor hun vrouw aanhieven in de hoop dat ze die nacht niet op de logeerkamer hoefden te slapen. Er is echter één uitzondering en dat is het liedje ‘Kleine Jongen’ van André Hazes. Ik kan er niet naar luisteren zonder tranen in mijn ogen te krijgen.

“Kleine jongen” verder lezen