Dat andere virus

‘Hey Evy, lang geleden. Hoe gaat het met jou?’ Spontaan steek ik mijn hand uit. Evy bewaart een veilige ruimte tussen ons, angst weerspiegelt in haar ogen. ‘Het is oké, ik ben gevaccineerd.’ De afstand in haar ogen wijkt geen duimbreed. ‘Ben je bang dat ik je alsnog zal besmetten? Corona is voorbij hoor. Al zes maanden nul besmettingen. Het is oké.’
‘Ik weet het …’ De afstand blijft bewaard. “Dat andere virus” verder lezen

Coronade

Lieve lezeressen en lezers, ik begrijp dat u even in verwarring bent over het woord Coronade. Wat kunt u verwachten? Een eh .., klopt het wel, hé bah, wéér dat nare virus?
Ik ga het u uitleggen. Een geruststelling: het woord klopt. En het gaat niet over corona. Het is ook niet een serenade voor een karbonade. Scherp opgemerkt, dank u. Nee. Het gaat over ú. “Coronade” verder lezen

Uit en thuis

Met een luide klik knip ik het derde slot los. De deur is open, maar om daadwerkelijk te openen moet ik iets harder duwen dan ik gewend ben door de berg poststukken achter de deur. Ik pak de brieven en folders en terwijl ik sorteer, loop ik naar de postvakjes. De meesten ervan zijn zo vol als die van mij. Ik haal de stapel papieren uit mijn vakje en loop verder de afdeling op. Waar eens de energie stroomde, de stemmen galmden en de schermen flikkerden is het nu stil en leeg. “Uit en thuis” verder lezen

Leven in tijden van covid-19

Ondanks dat er geen 5G-zendmasten in mijn directe omgeving staan, heb ik toch last van de gesel Gods, het covid-19 virus. Maar ach, het weegt niet op tegen de leegheid van dit bestaan. Missen jullie ook zoveel dingen, zoals het jezelf in een overvolle forensentrein proppen? Apropos, dat is wel een dingetje. Ik weet nog dat iemand in februari, weet u nog, dat pre-coronatijdperk waarin we samen konden reizen, me in de trein letterlijk in mijn nek niesde. Ik voelde de spetters mijn boord in druipen. Ik dacht…nou ja, laat maar.

“Leven in tijden van covid-19” verder lezen

Afstand

Vaak wandelde de vrouw in het polderbos, behendig slalommend tussen andere wandelaars, genoot ze van deze virusvrije oase in lentepracht. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken. Dat klopte. Meestal.
Op een warme middag liep op het bospad een kleine kaarsrechte gestalte. In een keurig pak, een geruite pet op, leunend op een wandelstok, naderde hij haar langzaam. “Afstand” verder lezen

Berenjacht

Gewoon een boterham pakken, uit de broodla van tante B. Die geen echte tante was, maar onze ‘leenmoeder’. Gewoon omdat hij op dat moment daar was en trek in een boterham had. Eén boterham. Twee moest hij vragen. Gewoon tellen tot honderd bij het stand in de mand spelen op het garageplein, met G-P die de bal niet pakte als iemand riep ‘en de bal is voor P’.

“Berenjacht” verder lezen

Lekker naar buiten

Ik had het slechter kunnen treffen. Iedere dag kreeg ik op tijd mijn eten en drinken, de koekjes bij de thee en alles wat op de grond viel waren voor mij. Als de zon scheen lag ik op de plek waar het warme licht de vloer raakte. Aan aandacht en liefde geen gebrek: dagelijks een aai over mijn bol of een knuffel en ’s nachts lekker met zijn allen in het tweepersoonsbed dat groot genoeg was voor drie.

“Lekker naar buiten” verder lezen