Avondwandeling

Om half negen doet de schrijver de deur achter zich dicht voor zijn dagelijkse wandeling. De wind blaast door zijn haardos. Woorden banen zich een weg naar buiten, eindelijk bevrijd van de stoffige studeerkamer. Hij hoopt op verlossing voor zijn hoofdpersoon die in een impasse verkeert. 
Achter de ramen van schaars verlichte huizen zitten mensen op de bank naar Netflix te kijken. Bij sommige van de ramen houdt hij even stil, kijkt naar binnen en probeert zich een beeld te vormen van hun leven. Twee mensen, hand in hand op de sofa, een leven waarvan zijn hoofdpersoon alleen maar kan dromen.

“Avondwandeling” verder lezen

Blijven of gaan

Joe Strummer’s rauwe stem beukt in mijn oren. ‘Should I stay or should I go’ raast door mijn piekerende en twijfelende kop terwijl gillende gitaren striemen trekken door mijn ziel. Ik huil en staar uit het raam. 
‘Waarom doe je zo? Het is hier toch goed. Je weet dat je niet terug kan.’ Zijn bruine ogen kijken me gebiedend aan. ‘Je hebt hier toch alles wat je nodig hebt?’
Ik loop naar de deur, duw ertegen. ’Ik mis haar.’

“Blijven of gaan” verder lezen

Lekker naar buiten

Ik had het slechter kunnen treffen. Iedere dag kreeg ik op tijd mijn eten en drinken, de koekjes bij de thee en alles wat op de grond viel waren voor mij. Als de zon scheen lag ik op de plek waar het warme licht de vloer raakte. Aan aandacht en liefde geen gebrek: dagelijks een aai over mijn bol of een knuffel en ’s nachts lekker met zijn allen in het tweepersoonsbed dat groot genoeg was voor drie.

“Lekker naar buiten” verder lezen

Mijn ontmoeting met de Hondenman

Aan – uit. Aan- uit. Aan – uit. Boos kijk ik naar de knipperende cursor op mijn verder lege beeldscherm. ‘Hou op met dat geknipper! Besteed je tijd liever nuttig, bijvoorbeeld door mij te helpen met mijn volgende verhaal voor 500 Magazine aan Zee!’ Aan – uit. Aan – uit. Aan – uit. Meer antwoord komt er niet. Woest klap ik mijn laptop dicht en loop naar buiten. Misschien dat wat frisse lucht me goed doet. Als ik het parkje tegenover mijn huis inloop word ik bijna onderuit gehaald door een enorme herdershond. ‘Godskolere!’, grom ik. ‘Hou je hond bij je!’, roep ik in het luchtledige. Zijn baas is nergens te bekennen.  “Mijn ontmoeting met de Hondenman” verder lezen