Hald mich ens vas

Toen ik eenmaal wist waar ‘ons’ liedje werkelijk over ging lukte het me niet meer om met haar te vrijen. We leerden de ballad jaren geleden kennen tijdens een voorjaarsvakantie in Limburg. Het was er koud, zonnig en we vierden er ons eerste verkeringsjaar. Dolverliefd en krap bij kas belandden we in Venlo, meer zat er niet in. We verbleven in een aftands hotel dat het slechte van de jaren ’60 ademde, recht tegenover het station en bevolkt door een horde bezopen en verklede ‘Hollanders’.

“Hald mich ens vas” verder lezen

I didn’t mean to hurt you

Er was geen twijfel mogelijk. John Lennon was de beste Beatle. Je had ook mensen die beweerden dat McCartney groter was, maar je hoefde maar één keer naar Ob-La-Di Ob-La-Da of Yellow Submarine te luisteren en je was overtuigd van het tegendeel. Lennon was de grootste en na de Beatles de grootste gebleven, want terwijl McCartney Mull of Kintyre en Ebony and Ivory maakte, schreef Lennon over vrede op aarde, working class hero’s en cold turkey.

“I didn’t mean to hurt you” verder lezen

De fietstunnel

Hollen moest hij, hollen in de avond. Vijf dagen per week was hij overdag paraat voor de winst. De winst van het bedrijf waar hij werkte.

Donkere avonden in de wintermaanden. Het had ook zo zijn voordelen. Rennend in het donker door de weilanden waren zijn zintuigen extra scherp. Rennen was goed voor zijn ietwat onrustige kloppende hart, zo zei de dokter. Dus daar ging hij weer.

Het gras rook dieper in het duister en de vleugelslagen van een enorme onbekende vogel vibreerde merkwaardig vaak geluidloos voorbij. Het wanhopig geritsel van muisjes langs de kant op zoek naar iets te nassen. Scherp, vol en met focus voltrok zich de nacht aan hem via zijn neus en oren. Een beweging net half buiten zijn ooghoek.  Alsof, al rennend, een andere dimensie zich in zijn lijf open zette of op zijn minst aan zijn zintuigen klopte.

Fijn wel, maar tijdens zijn eenzame nachtruns speelden ook zijn aloude kinderangsten op. Onbenoembare geluiden, een rare flits, een nieuwe onverklaarbare geur.  “De fietstunnel” verder lezen

Le Grand Départ

Vandaag liep hij voor de verandering eens niet vloekend langs de kerk. Hij neuriede zelfs zachtjes toen hij naar de begraafplaats liep.
‘Bonjour Claudette’ fluisterde hij zachtjes naar zijn levensliefde, in alle richtingen waar ze zich zou kunnen bevinden. Hij stak de zojuist zorgvuldig afgesneden roos in de Pastis karaf op het graf.
‘Santé mon amour. Vandaag is een mooie dag.’ “Le Grand Départ” verder lezen

Verwenteling

Aan de rand van het vers gedolven graf keek hij naar beneden. Het graf was dieper dan hij had verwacht. Voorzichtig ging hij naast het graf zitten, zijn benen bungelend over de rand. Hoe zou het zijn om onder in het graf op de bodem te liggen. Hij aarzelde even, zette zich toen af en sprong naar beneden. Stukjes aarde, afkomstig van de rand, vielen hem achterna.

“Verwenteling” verder lezen

Weg naar nergens

Met een zucht ploft hij op het bankje neer. Hij is de tel een beetje kwijt, is dit de achtste winkel of de twaalfde? Zijn vrouw komt voor hem staan.
‘Deze?’
‘Mooi’, mompelt hij. ‘Kleur staat je goed, meteen kopen!’
‘Maakt de jurk me niet bleek?’ twijfelt zij. Te dik misschien? Ik probeer toch nog een andere.’
Hij zucht nogmaals en kijkt wat om zich heen.

“Weg naar nergens” verder lezen