Tegenwind tegentijd 

Avondklokken tikken harder 
zeker richting negen uur 
Tegen de wind en tegen de tijd 
gebogen over het stuur opgejaagd fietsen door laatste minuten 
de tijd in de nacht is duur 

Feest?

Sinds de komst van corona is het Nederlands vocabulaire nog nooit zo snel en met zo veel woorden uitgebreid. Anderhalvemetersamenleving is uitgeroepen tot woord van het jaar 2020. De nieuwe woorden zijn vooral samenstellingen van bestaande woorden en de actualiteit. Dit gebeurde eerder ook met het woord klimaat: in 1872 verscheen dit woord voor het eerst in Van Dale, in de jaren ’50 kende het een handjevol samenstellingen en anno 2020, mede dankzij Gretha Thunberg, bestaan er honderden klimaatwoorden. We kunnen wel stellen dat crisissen debet zijn aan woordenboekuitbreidingen. “Feest?” verder lezen

Héhéhé!

Dagelijks passeren zij ons huis, de één een kop  groter dan de ander. Weet ik veel waar zij wonen, ik ken ze alleen van gezicht. Twee broers, dacht ik altijd. Tot de kleinste bij zijn mamma achterop de fiets de ander toeroept: ‘Doei, tot morgen!’ Géén broers… Dikke vrindjes. Maar ook hiervan moet ik terugkomen: vanmorgen zijn ze me daar stevig op de vuist! Met veel rumoer en gescheld: stommerd! Over en weer. “Héhéhé!” verder lezen

Leven in tijden van de avondklok

De tijd tikt langzaam verder.  Wanneer de klok zes uur slaat. De avond begint en wij hebben de tijd aan onszelf. De gordijnen worden gesloten en tijd voor twee begint.
Niet meer en niet minder, dit is wat het is, wat wij zijn. Een duo, maatjes van elkaar. 
De tijd tikt langzaam verder. Nog twee en een half uur te gaan, voordat we echt op onszelf teruggeworpen worden. “Leven in tijden van de avondklok” verder lezen

Slof

Goedkeurend bekeek ze zichzelf in de spiegel. Ze kon er zeker nog mee door voor een vijftiger. Ze boog haar rechterbeen een beetje, strekte haar voet en gleed toen met haar handen vanaf haar enkel over haar kuit en scheen. Helemaal glad. “Slof” verder lezen

Kwantumliefde

Hoe zal men schrijven over vandaag als straks het leed is geleden en de wetenschappelijke strijd gestreden? Pennen de geschiedschrijvers van later dan glorieuze verhalen, zoals over de landing op de maan, of wordt het ook wat wrang hier en daar?

Amper zeven dagen na zijn nachtelijke fratsen stond de 78-jarige Jan Severanckx voor een rechter wiens mondmasker verveling en ongenoegen niet kon verhelen. “Kwantumliefde” verder lezen