Onbeschreven

Hij bouwt windmolens van briefpapier
woorden vervagen in de vouwen
zinnen die elkaar eerst niet zagen
liggen boven op elkaar

Zijn tranen maken vlekken
verdrinken woorden
brengen nieuwe vormen voort
op een bedorven wit papier

En als hij lacht
kraken de vouwen
buigen zinnen met hem mee

De buitenkant is slechts beschreven
met de beelden
die hij reflecteert

Van binnen is het de leegte
die zijn angst om falen
registreert

Bewonderaar

Ze was blij dat ze thuis was. De dagelijkse woon-werkreis viel haar steeds zwaarder. De volle trein, dagelijks dezelfde gezichten. De man met de hoed, het jonge meisje met haar bekertje yoghurt met gezonde granen. De twee collega’s die dagelijks de wereldproblematiek al hadden opgelost, voordat de trein er was. Het benauwde haar. “Bewonderaar” verder lezen

Station

Het begon als een doodgewone, doordeweekse ochtend. Ik stond in alle vroegte op het station, samen met tientallen andere forensen en natuurlijk heel veel scholieren en studenten. Eigenlijk was het me te vroeg en te druk. Een beetje somber bande ik visioenen van overvolle treinen uit mijn hoofd – een zitplaats veroveren in deze overvolle spitstrein, die illusie had ik allang laten varen. “Station” verder lezen