Verhalend vergezicht

Een vergezicht vertelt langdradige verhalen
als een wijd gesponnen web
van torenspits tot boomtop
van lage daken naar vage verten

Verhalen over druilerige dagen
vervuld van heimwee
naar een horizon die daagde
maar steeds opnieuw vervaagde
over hunkeren
naar liever lichter leven
naar oud verdriet vergeven

Tot een stormwind opsteekt
het wolkendek openbreekt
en alle verhalen
verdampen in zonnestralen

Een 5 december vertelling

Naar boven kijkend zag hij het Licht. Naar beneden kijkend een schemering. Alles deed pijn. Hij bewoog zijn hoofd een beetje en vond enige verlichting. Zijn bil was enigszins gedraaid maar verder okay. Zijn zaakje zat wat in de knoop, dat voelde na verloop van tijd steeds ongemakkelijker. Hij kon er niet bij. Van het roet moest hij hoesten. Al helemaal ongehoord voor een knecht van zijn reputatie om zijn aanwezigheid zo te verraden. “Een 5 december vertelling” verder lezen

Night train to Ostend 

’Schrijft u ook of bent u boekhouder, advocaat misschien?’ vraag ik aan de man met de vlinderdas die rommelt tussen de papieren in zijn rode map. Hij nipt eerst nog van zijn cappuccino op het krappe cafétafeltje en antwoordt verontwaardigd: ‘Mijnheer, – de bundel in zijn opgeheven hand – dit hier is goud voor Hollywood! Mijn script  Night train to Ostend.’ ‘Moet lukken, zeg ik, nadat de man me uitgebreid heeft ingewijd in de snijdende verhaallijn en in sommige pikante details.‘Het klopt wel wat u zegt, Hollywood kan tegenwoordig een sterk scenario gebruiken’, beaam ik. Vlinderdas knikt drie keer zelfverzekerd en ritselt verder.  “Night train to Ostend “ verder lezen

Handige handtas

Haar handtas hing loodzwaar aan haar schouder. Ze moest em nodig weer eens uitmesten. Ze kon er ook niets aan doen dat er altijd van alles in zat. Haar schoonzusje noemde dit dingen ‘voor als’. Erfelijk belast was ze. Haar oma had de stelregel ‘een dame gaat nooit op pad zonder een verschoninkje’. Daarmee bedoelde ze kousen, een schone onderbroek, een veiligheidsspeld en een stukje elastiek. Je zou maar eens zonder kunnen zitten… Haar moeder had steevast een paar knijpers en een postelastiek in haar handtas. Handig voor zo’n beetje alles. En zij? Nou ja er zaten allerlei nuttige dingen in haar handtas. Loodzwaar dat dan weer wel.

“Handige handtas” verder lezen

Veerboot naar Breskens

En altijd als ik Bresjes zie
de apenrots, de toren
een frisse bries ruik vanuit zee
de meeuwen weer kan horen
de achtkant van Quirinus zie in breed Bretons zwart wit,
dan ga ik alvast staan terwijl iedereen nog zit.

Mijn hart begint te juichen
ik geniet, waar ik ook kijk
zie de zon over de wieken
achter de hoge Scheldedijk
dat uitgestrekte polderland
de schoonheid van ‘de Plaat’
waar ik schapen grazen weet en die oude kerk nog staat.

Zodra de brede veerboot de haven binnenglijdt
sta ik als eerste aan de wal thuis en stressloos, alle tijd!

Zelfverzekerd voel ik ‘m
die ijzersterke band met de liefste van de wereld
op de mooiste plek van het land.

Twee druppels

De trein liep precies op tijd het station binnen. Het schemerde nog een beetje, maar je kon al zien dat het een mooie dag zou worden. Op het perron stond een handvol reizigers. Hij knikte ze goedemorgen en luisterde naar de kraaien die vanuit enkele bomen luidruchtig commentaar gaven op de opgaande zon. De deuren sisten open, hij stapte in en zocht zoals altijd een zitplaats in de stiltecoupé. Gelukkig, er was nog een plekje bij het raam. Voorzichtig schoof hij voorbij zijn medereizigers, ging zitten en pakte een boterham en de krant uit zijn tas. “Twee druppels” verder lezen

Fluisteren

Zoveel stemmen in de wereld
en o wat zijn ze toch luid

Maar vandaag heb ik besloten
ik zet ze gewoon lekker uit

Vandaag neem ik een rustdag
en wil ik alleen maar luisteren

Naar de lieve zachte stemmen
naar de stemmen die fluisteren

Da’s duidelijk

Zo, toga aan, befje om, tas met dossiers in de hand, het werk kan beginnen. Vandaag ben ik advocaat. Nu eerst op de fiets naar het station, met de trein naar de stad en dan wandelen naar mijn kantoor. Dat wandelen gaat overigens het best in een toga. Het geflapper op de fiets is minder aangenaam, maar het hoort erbij en levert wel aanzien op. “Da’s duidelijk” verder lezen

Onbeschreven

Hij bouwt windmolens van briefpapier
woorden vervagen in de vouwen
zinnen die elkaar eerst niet zagen
liggen boven op elkaar

Zijn tranen maken vlekken
verdrinken woorden
brengen nieuwe vormen voort
op een bedorven wit papier

En als hij lacht
kraken de vouwen
buigen zinnen met hem mee

De buitenkant is slechts beschreven
met de beelden
die hij reflecteert

Van binnen is het de leegte
die zijn angst om falen
registreert

Knobbeltje

‘Ik loop achter de huisarts aan naar zijn spreekkamer. Mijn tepel bonkt alleen maar. ‘Wat kan ik voor je doen?’ Ik vertel de huisarts dat het knobbeltje in mijn borst, waarvoor ik in juli ook al bij hem was, verschrikkelijk pijnlijk is. Ik deins terug als hij wil voelen, maar verman me. ‘Er is niks aan de hand Rens, dit voelt goedaardig aan. Een knobbeltje kan voorkomen bij jongens in de puberteit en meisjes hebben ook weleens pijn als ze borsten krijgen.’ “Knobbeltje” verder lezen