Chakra meditatie

Haar altijd rationele en zuiver wetenschappelijk denkende vriend vond het maar onbegrijpelijke ‘wijven-mumbo-jumbo’. Zij had zelf jaren geleden besloten om haar kritische denkhoofd ‘uit te zetten’ tijdens de meditatieles. De analyse hoe het werkte liet ze dus gewoon maar voor wat het was. Ze kwam er altijd met een opgefrist hoofd en ontspannen lichaam vandaan. Voor het geval het spirituele gehalte haar te veel zou worden, had ze een taalkundig mooie mantra verzonnen ‘e n d’: effe niet denken.

“Chakra meditatie” verder lezen

Trots

Is het u ook opgevallen? Als je er op let struikel je er over tot vervelens toe. Iedereen is ‘trots’ op iemand of iets.

Hoe fijn is dat!

Op die geweldige tante, op iemands sportprestaties, op zijn werkstuk of haar briljante presentatie. Op mij! Op, ja euh, op wat niet eigenlijk.

“Trots” verder lezen

Erfgenamen

“Mag ik even jullie aandacht?” Mijn neef en partner Boudewijn heft zijn glas en zegt dat hij het kort zal houden. In zijn toespraak herken ik het Milton-model: welbewust vage bewoordingen kiezen zodat iedereen op zijn eigen manier de woorden kan opvatten. We hebben het vaak geoefend samen. Ik zie de familieleden aandachtig luisteren, zo nu en dan instemmend knikken. 

“Erfgenamen” verder lezen

Zonnestralen

De zonnestralen worden weerkaatst in de grote spiegel in zijn kamer. De kleine jongen ziet het niet. Hij voelt wel de warmte van de zon. In huis klinkt muziek uit een radio. De kleine jongen hoort het niet. Op de tast zoekt hij zijn speentje in het grote bed. Hij moppert een beetje: ‘Mumm mummm.’ Hebbes! Met een gelukkige grijns op zijn gezichtje steekt hij de speen in zijn mond.

“Zonnestralen” verder lezen

Aaifoon

Het is woensdagmiddag, er zijn geen klanten in Mats Foonshop. Vroeger had ik dan vrij, denkt Mat. Wat heb ik fout gedaan dat ik nu moet werken?
Er komt een jongetje binnen, een jaar of zes, schat Mat. Iets erachteraan komt z’n moeder, aan iedere arm een volle boodschappentas.
‘Ik wil een aaifoon!’
‘Ik verkoop andere telefoons.’
‘Ik wil een aaifoon.’
‘Ik verkoop betere telefoons.’
‘Goedkopere toch vooral?’ komt de moeder tussenbeide. ‘En doe niet zo verwend Zoef! Deze meneer heeft een mooie telefoon voor je.’
‘Ik wil een aaifoon!’

“Aaifoon” verder lezen

Kinderwens

Bier droogt op
in lege whiskeyglazen
vloeien nodeloos de shakes
vrij van wild spontaan gedrag

De avondlange tafel
vol met leven, vol met lust
transformeert tot zilveren schaal
van onbezonnenheid geblust.

wandelingen vol met dromen
in een nachtmerrie uitgesteld
handen liefdevol verstrengeld
samengeknepen in het zweet.

Harten die elkaar beroerden
onbevangen en gehaast
weggetikt in eenzaamheid
als een passieloos gevang

Misschien ooit werd een kalender,
steeds bepalend voor de dag
strepen voor en na een deadline,
een examen weer gefaald.

Niets dat klopt, een moordend ritme
wat de levensdrang bepaald.
In een glimlach duizend tranen.
als de moeite niet vertaald.

Verzamelen

Gebeurtenissen in het afgelopen jaar dwingen ons tot opruimen. Een oefening in loslaten blijkt. 

Dozen vol oude fotoalbums: bewaren, natuurlijk. Voor ik het weet, ben ik terug op een verschrikkelijk gênant vrijgezellenfeestje, ben ik zo te zien tientallen kilo’s lichter en kom ik mensen tegen die er allang niet meer zijn. Dat schiet qua opruimen niet op: hup, in de dozen op de bewaarstapel!

“Verzamelen” verder lezen

Oudjaar

Het gaat regenen
Natuurlijk gaat het regenen
En als het droog blijft
Dan waait het vast heel hard

Zij staat vast ook buiten
Natuurlijk staat ze buiten
En dan moet hij haar zoenen
Of op zijn minst een gelukkig nieuwjaar wensen

Hij wenst haar geen gelukkig nieuwjaar
Ze mag morgen nog onder een auto lopen
Liever nog vandaag
Dan is ze in ieder geval niet buiten

Volgend jaar gaat hij naar het buitenland
Voor hem geen oliebollen meer 
Geen drank, geen gezelschapsspelletjes
Geen opgeklopte vrolijkheid

De verwachting vlak voor twaalven
De teleurstelling er na, de kater
Van hem hoeft het niet meer

Niet zonder haar.

De duif

Ik bekeek mama’s jurk in de spiegel, hij was naar mijn smaak versteld. In haar tijd was een decolleté nog niet in de mode. De oorspronkelijke trouwjurk was kuis, hoog aangesloten geweest. De spiegel liet nu een diepe uitsnijding zien. Die van mij mochten wel gezien worden, ondanks dat ik halverwege de 30 was. Het typeerde ook direct het verschil in ons karakter: zij introvert, ik extravert. Wat zou ze van deze jurk gevonden hebben? Waarschijnlijk ordinair. Ik dacht aan de manier waarop ik haar altijd knuffelde. Ik sloeg mijn armen om haar middel en begroef mijn gezicht tussen haar borsten. Zodra ik mij in haar genesteld had, snoof ik de geur op. Nog lang nadat ze er niet meer was stopte ik mijn neus in haar truien. Totdat het steeds muffer rook. Pijnlijk moest ik vaststellen dat haar geur vervlogen was. Toch wist ik toen zeker dat deze geur altijd in mijn herinnering zou blijven. Nu, 24 jaar later, was niets minder waar. Ik zou het echt niet meer weten hoe ze rook. Hoe haar stem klonk, de mimiek in haar gezicht. Het was allemaal weg. Ik keek weg van de spiegel. Ik had geen zin om mijn eigen verdriet in de ogen te kijken. Niet op deze dag.

“De duif” verder lezen