Lifter

Met verwaaide grijze haren, een ruime grijze regenjas en twee grote tassen, staat ze aan de kant van de weg met haar duim omhoog.  Vanuit de auto probeer ik haar gezicht te lezen en dat ziet er wel vertrouwd uit, zodat ik stop om haar een lift te geven. 

‘Waar moet je naar toe?’ vraag ik haar.

‘Ik heb me vergist. Ik dacht dat ik naar Egmond moest, maar het is Schoorl’, antwoordt ze.

“Lifter” verder lezen

Anita

Het gaat meteen fout tussen Anita en mij. 

Ze komt binnen alsof ze god zelf is, strekt haar arm uit. Ze kan er maar net bij, zij zo klein en ik veel te groot. Duwt me met haar rechterhand, vingers gespreid, tegen de borstkas. Zo, jij aan de kant, dat wordt toch niks. De toon is gezet. Toekijken, afblijven, niet bestaan. Maar wacht, zo leer ik het nooit.

“Anita” verder lezen

Nicotine

Het is woensdag 6 april 1988. De man en vrouw zitten op de bank, kinderen naar bed, een slokje koffie en een restantje rode wijn, een sigaret en de krant. ‘Kijk’, zegt hij, ‘op de achterpagina’, lees dit eens. ‘Het zou leuk zijn als ik dát van jou krijg op de dag dat we 15 jaar getrouwd zijn.’ Paginagroot wordt de actie onder de aandacht gebracht.

“Nicotine” verder lezen

Creativiteit in 5 fasen

Nu de kaartverkoop weer gestart is en de voorstellingsdatum onheilspellend dichterbij komt, krijg ik regelmatig de vraag hoe die creativiteit nu precies werkt. Laat me oorverdovend duidelijk zijn: Creativiteit, door sommige tot mythische proporties verheven, is in essentie gewoon pure ellende die het best geduid kan worden door middel van de 5 fasen van rouw (Elisabeth Kübler-Ross). De vergelijking is overigens met nadrukkelijke goedkeuring van het Kübler-Ross instituut in Vlaanderen die naast rouwverwerking de fasen ook van toepassing verklaart op elke andere emotionele reactie op persoonlijke trauma en verandering. Dus dan toch zeker ook deze misère! 

“Creativiteit in 5 fasen” verder lezen

Zo’n kind

dat het brood van de geitjes steelt
dat het bos vol stokken vindt

zo’n kind
dat in plassen springt
en iedere dag als nieuw bezingt

zo’n kind
dat het fatsoen van mes en vork niet kent
dat met een vrij hart op iedere vriendschap afrent

Zo’n kind
voor wie verdriet na een lach is verdwenen
voor wie vrijheid gelijk is aan leven.

Mijn kind
blijf altijd
zo’n kind.

Bewonersavond

In het zaaltje is het benauwd. Het ruikt er naar het dagmenu van gister: vis met gebakken aardappeltjes en – uiteraard- doperwten.

Men is boos, men is ontevreden, men is slim maar heeft geen opleiding, men is arm en men wantrouwt De Overheid.  Modder waaruit mooie dingen kunnen groeien. Maar nu even niet. “Bewonersavond” verder lezen

Le Grand Départ

Vandaag liep hij voor de verandering eens niet vloekend langs de kerk. Hij neuriede zelfs zachtjes toen hij naar de begraafplaats liep.
‘Bonjour Claudette’ fluisterde hij zachtjes naar zijn levensliefde, in alle richtingen waar ze zich zou kunnen bevinden. Hij stak de zojuist zorgvuldig afgesneden roos in de Pastis karaf op het graf.
‘Santé mon amour. Vandaag is een mooie dag.’ “Le Grand Départ” verder lezen