Regen

Wat hoor ik toch?

Hij schrikt wakker. Slaperig tuurt hij in het halfduister naar het display van de wekker. Nog één uur te gaan voordat hij afloopt. Opeens bemerkt hij wat hem wakker had gemaakt. De regen klettert in venijnige vlagen tegen het raam. “Regen” verder lezen

Nachtzwemmen

In de achteruitkijkspiegel zie ik de brug, het water, de kleine huizen in sneltreinvaart kleiner worden hoewel ik niet veel harder rij dan dertig. Jij woonde in het laatste huis van het buurtschap aan de rechterkant van de weg. Het huis oogt kleiner dan in mijn herinnering, in de tuin slingert kinderspeelgoed, aan de rand staat een verschoten plastic speelhuisje. Zou er nog familie van je wonen?

“Nachtzwemmen” verder lezen

De slak

Oeps… 
Ik heb even niet goed opgelet
Ik heb plots een huis geplet
 
En de bewoner
Op staande voet
uit huis gezet
 
Dakloos zwerft hij
nu ergens rond
Naakt 
en langzaam kruipend
op de grond
 
Van het slachtoffer 
ontbreekt voorlopig
nog ieder spoor
Hij is er 
op zijn dooie gemak
vandoor
 
Zonder slijmen
Ik heb echt spijt
In geen seconde 
was hij alles kwijt
 
Ik kijk nu wel uit
voordat ik iets raak
Hopelijk woont hij
snel weer
anti-kraak
 
 
 

Ria

Ik ben dus Ria, 72 jaar en ik woon met mijn man op een woonboot hier aan de rand van de stad. Ja, ik vind het wel moeilijk om hier mee te doen, want ik heb toch wel problemen en ja, ik begrijp het wel hoor, maar dat wil nog niet zeggen dat het allemaal maar aan mij ligt. Nou, mijn dochter heeft me dus opgegeven. Of eigenlijk meer gezegd, mama Ria, ja, zo noemen mijn kleinkinderen mij, want ik had gezegd zeg maar geen oma want dat maakt me zo oud. Dus mijn dochter had met mijn man afgesproken dat ik hier zou zijn en daarom doe ik dus mee eigenlijk. “Ria” verder lezen

Hengel

Het is niet mijn eerste bezoek aan mijn oom. Wel de eerste keer dat ik als mantelzorger tegenover hem zit. De woonkamer is klein, de wand hangt vol met foto’s van puppies, eigengemaakte schilderijen en oorkondes. Op de kast staan twintig fotolijsten, een lamp past er net op. Vanuit de vensterbank kijkt een grote Goofyknuffel de kamer in. Oom deelt koffie uit. Zelf gezet door eerst twee bekers met water te vullen en ze dan in het reservoir te gieten. De damp slaat van de mok. Als ik een slok neem, proef ik melk en suiker. Zo drinkt oom zijn koffie, dus iedereen. Hij kijkt naar mij, voorzichtig schraapt hij zijn keel.
“Hengel” verder lezen

Vrees

Ze zat er verslagen bij, een beetje grauwe kleur, vermoeide ogen en een trieste blik. De huisarts had haar verwezen, omdat ze voor de zoveelste keer om slaapmedicatie had gevraagd. Hij vond dat het maar eens klaar moest zijn met de ‘pammen’, ze moest nu maar eens gaan onderzoeken waarom ze zo slecht sliep en zoveel piekerde.

“Vrees” verder lezen

Oma Mien

Voorzichtig schuifelt Mien door haar huis. Op de kast verzet ze wat foto’s en gaat dan in haar stoel voor het raam zitten. Straks komt Madelon nog even langs om gezellig bij te kletsen. Daar kijkt ze altijd naar uit op dinsdag, het is ondertussen vaste prik geworden. Veel beter dan de raambezoeken van vorig jaar. Wat was dat lastig zeg. Zij binnen met de telefoon en Madelon gewoon op straat. Geen knuffels of een hand schudden er kon alleen maar gezwaaid worden. 

“Oma Mien” verder lezen

A Wonderful World?

Het landschap bestaat uit allerlei tinten groen. Een dennenbos in het dal met een zachte bodem die glooiend afloopt naar de horizon. In de verte de bergen die als kolossen de lucht in prijken. Daarboven is de hemel helblauw. Alles is intens. De geuren, de kleuren. Harmonie en perfectie, het raakt haar ziel. Een geluksgevoel doorstroomt haar lichaam.

“A Wonderful World?” verder lezen