Schijn van tijd

Het is de schijn van alle tijd
te hebben wanneer we jong zijn
de toekomst is een woestijn
van loze anonimiteit

uren hangen dagen in de kroeg
zonder zorgen wordt verbeid
er is nog geen vergetelheid
het heden leeft genoeg

Tot het denken in ons knikt:
wie zijn wat waarvoor
omdat de tijd nu voelbaar tikt

vluchten we gehaast maar door
in snel beminnen met geveinsde taal
en versterven zo ons kort verhaal

Zee

Het duurde even voor ik het door had. In zeemodus banjerde ik langs het strand: hoofd in de wind, zon op mijn lijf, voeten door de golven.

Maar de wind draaide mee met mijn muizenissen waardoor ze als een boemerang terugwaaiden mijn hoofd in.

De kwallen die mij kwelden,gooide ik ver in zee. De branding spoelde ze meteen weer terug voor mijn voeten.

Toen ik mijn horizon wilde verbreden, trok de hemel dicht. De mist boven zee was net zo ondoordringbaar als de mist in mijn hoofd.

Nee, de zee had haar dag niet vandaag.

Kinderwens

Bier droogt op
in lege whiskeyglazen
vloeien nodeloos de shakes
vrij van wild spontaan gedrag

De avondlange tafel
vol met leven, vol met lust
transformeert tot zilveren schaal
van onbezonnenheid geblust.

wandelingen vol met dromen
in een nachtmerrie uitgesteld
handen liefdevol verstrengeld
samengeknepen in het zweet.

Harten die elkaar beroerden
onbevangen en gehaast
weggetikt in eenzaamheid
als een passieloos gevang

Misschien ooit werd een kalender,
steeds bepalend voor de dag
strepen voor en na een deadline,
een examen weer gefaald.

Niets dat klopt, een moordend ritme
wat de levensdrang bepaald.
In een glimlach duizend tranen.
als de moeite niet vertaald.

Oudjaar

Het gaat regenen
Natuurlijk gaat het regenen
En als het droog blijft
Dan waait het vast heel hard

Zij staat vast ook buiten
Natuurlijk staat ze buiten
En dan moet hij haar zoenen
Of op zijn minst een gelukkig nieuwjaar wensen

Hij wenst haar geen gelukkig nieuwjaar
Ze mag morgen nog onder een auto lopen
Liever nog vandaag
Dan is ze in ieder geval niet buiten

Volgend jaar gaat hij naar het buitenland
Voor hem geen oliebollen meer 
Geen drank, geen gezelschapsspelletjes
Geen opgeklopte vrolijkheid

De verwachting vlak voor twaalven
De teleurstelling er na, de kater
Van hem hoeft het niet meer

Niet zonder haar.

Voor een vriend

Uitgewaaid, de kou nog in de kleren
zoek ik een plaats in de bruine kroeg
waar wij samen plegen te verteren
en menig uur ons in de morgen droeg

Tussen bloesem volledig uitgeteld
en witte asbak schuif ik aan de toog
de barman heft zijn arm en hoofd omhoog
verstrooid, een flesje tarwebier besteld

Mijn sigaret gloeit weg in vale as
die nooit als jij zal zweven op de wind
in mijn gedachten blijvend hoe je was

Nu help ik mij met biertje’s wijze les
tot straks als ik me weer met jou verbind
voor mij geschreven: hergist in de fles.

Verhalend vergezicht

Een vergezicht vertelt langdradige verhalen
als een wijd gesponnen web
van torenspits tot boomtop
van lage daken naar vage verten

Verhalen over druilerige dagen
vervuld van heimwee
naar een horizon die daagde
maar steeds opnieuw vervaagde
over hunkeren
naar liever lichter leven
naar oud verdriet vergeven

Tot een stormwind opsteekt
het wolkendek openbreekt
en alle verhalen
verdampen in zonnestralen

Veerboot naar Breskens

En altijd als ik Bresjes zie
de apenrots, de toren
een frisse bries ruik vanuit zee
de meeuwen weer kan horen
de achtkant van Quirinus zie in breed Bretons zwart wit,
dan ga ik alvast staan terwijl iedereen nog zit.

Mijn hart begint te juichen
ik geniet, waar ik ook kijk
zie de zon over de wieken
achter de hoge Scheldedijk
dat uitgestrekte polderland
de schoonheid van ‘de Plaat’
waar ik schapen grazen weet en die oude kerk nog staat.

Zodra de brede veerboot de haven binnenglijdt
sta ik als eerste aan de wal thuis en stressloos, alle tijd!

Zelfverzekerd voel ik ‘m
die ijzersterke band met de liefste van de wereld
op de mooiste plek van het land.

Fluisteren

Zoveel stemmen in de wereld
en o wat zijn ze toch luid

Maar vandaag heb ik besloten
ik zet ze gewoon lekker uit

Vandaag neem ik een rustdag
en wil ik alleen maar luisteren

Naar de lieve zachte stemmen
naar de stemmen die fluisteren

Onbeschreven

Hij bouwt windmolens van briefpapier
woorden vervagen in de vouwen
zinnen die elkaar eerst niet zagen
liggen boven op elkaar

Zijn tranen maken vlekken
verdrinken woorden
brengen nieuwe vormen voort
op een bedorven wit papier

En als hij lacht
kraken de vouwen
buigen zinnen met hem mee

De buitenkant is slechts beschreven
met de beelden
die hij reflecteert

Van binnen is het de leegte
die zijn angst om falen
registreert

Zeeën van tijd

In de zee van tijd
Is vandaag de dag
Dat ik extra voel dat jij er was

In de zee van tijd
Zo ver weg en toch ook niet
Blijf jij leven en mijn verdriet

Rollende golven
Zout blijft zout
Zand wordt strand
In de zee van tijd