Tegenwind tegentijd 

Avondklokken tikken harder 
zeker richting negen uur 
Tegen de wind en tegen de tijd 
gebogen over het stuur opgejaagd fietsen door laatste minuten 
de tijd in de nacht is duur 

Avondklok

Na de stilte
Na de kilte
Na het duister
van de nacht

Aanschouw ik de glinstering
Ervaar ik de tinteling
van de sneeuwwitte deken 
die daarbuiten op me wacht

Aanschouw ik de afdrukken
Volg ik de sporen
Van de vogeltjes, het egeltje
die daarbuiten ook horen

Zij doen me beseffen
dat die stille nacht
toch drukker was
dan ik dacht

Meisje

Op haar meisjeskamer
zijn de gordijnen half open
De knuffels liggen
onder het bed

Ze droomt 
het grote mensenleven
Er klinkt 
muziek in majeur

Haar raam is
het zicht op de wereld 
Nog van alles 
kan ze worden  

In haar eetkamer
doet ze de gordijnen open
Geen knuffels meer 
op de grond

Ze denkt aan
haar kinderleven
Op de radio
muziek in mineur

De wereld 
komt binnen
Gedachten aan
Herinnering en nieuwe dromen

Het tegenovergestelde van onsterfelijk

Kun je sterven,
Als je niet leeft?

Als de dood
In je opstaat
Na een rusteloze nacht

Als het aanschuift en 
Mee-eet en
Bepaalt dat je lacht

Kun je sterven,
Als je niet geeft

Om de zon 
Die verwarmt
Een geliefde omarmt
Een te komen verlies 
Van te voren herdacht

Het geschenk onaangeroerd
Je eeuwig verwacht

Kun je sterven
Als je niet voelt?

Wat bedoelt
Maar niet echt
En je weet wel

Je vecht
Wat de strijd weer vergroot

Kun je leven
Als de dood?

Wisseling

harde rook knalt tegen opgebouwde stenen
kaatsende geluiden in de ijle lucht verdwenen
in de schaduw van een donkere nacht

wanneer getallen wisselen van de wacht
en de wereld even tijdloos maken
maar ook het vlies van de beschaving raken
een nieuwe tijd wordt voorbereid

maar wie de waan heeft over tijd
te heersen en zelf daarover gaat
weet voor even dat hij bestaat

totdat lawaai verstomd tot rust gekomen
de tijd zijn plaats weer heeft genomen
en de dag gewoon weer verder gaat