Coronakapsel

Soms kijk je naar iets uit en als het dan éénmaal zo ver is, pakt het heel anders uit dan verwacht. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Eén, je hebt een tijdje het genoegen gesmaakt om ergens naar uit te kijken. Dat waren op zich al lichtpuntjes in een wat donkere periode. Twee, is het er dan eindelijk toch van gekomen. 
“Coronakapsel” verder lezen

Eisenhower

Klopt dat wel? ‘Urgente zaken zijn zelden belangrijk. Belangrijke zaken zijn zelden urgent’   (Dwight Eisenhower).

De champagne kurk heeft een voor altijd een zichtbare deuk in het net gestucte plafond geschoten. Een mooi aandenken aan deze niet in woorden te vatten memorabele avond. De frisse bubbels borrelen het genoeglijke oliebollenvet in je maag net iets te ver omhoog. Gelukkig Nieuwjaar! zoen, zoen, smak, smak, even blijven hangen in een omhelzing. Hoe heerlijk kan een nieuw jaar beginnen? 

“Eisenhower” verder lezen

Twee dozen en twee flessen

Twee dozen wijn en twee flessen champagne: de wekelijkse bestelling. Niet omdat er iets te vieren viel, maar gewoon omdat, je weet wel.

Het was eigenlijk heel per ongeluk begonnen, zoals dat wel vaker gaat met nieuwe gewoontes. Je weet dan nog helemaal niet dat het een gewoonte gaat worden. En als je dat wel zou weten, zou je het dan ook zo doen? Nou in dit geval dus wel. Een goede nieuwe gewoonte dus.

“Twee dozen en twee flessen” verder lezen

Rozenprieeltje

Hij had woord gehouden. Een plekje voor ome Piet. Waar ome Piet een beetje kon bijkomen. Waar tante Ria haar sterrenstof kon strooien. Zodat ome Piet ook zonder haar nog een beetje kon doorgaan. Maar deed hij het wel echt voor zijn oom? Of hield hij iedereen en vooral ook zichzelf voor de gek? En was het eigenlijk een plekje voor hemzelf. Een plekje waar hij kon bijkomen van de belazerrij van je weet wel. Wat deed het er ook toe.  “Rozenprieeltje” verder lezen

Achter de heg

Ze had hem verlaten. Voor haar yogaleraar. En daar zat hij dan, op de verjaardag van zijn moeder, zonder haar, naast ome Piet. Ook ome Piet zat alleen. Zijn Ria was dood. Dus in zekere zin was hij ook verlaten, maar dan anders. Na zijn vierde jenevertje begon ome Piet te praten. Niet echt tegen hem, meer een beetje voor zich uit.

“Achter de heg” verder lezen

Winkeldief?

Eén keer per jaar bakte zijn moeder een stukje zalm voor hem. En de volgende dag een stukje kipfilet voor zijn tweelingbroer. Ze moesten het áltíjd uitleggen dat ze wél een tweeling waren maar tóch op twee verschillende dagen waren geboren. Hij, Koos, als eerste net voor middernacht en zijn broer Kees als tweede. Een uurtje later. 

“Winkeldief?” verder lezen

Berenjacht

Gewoon een boterham pakken, uit de broodla van tante B. Die geen echte tante was, maar onze ‘leenmoeder’. Gewoon omdat hij op dat moment daar was en trek in een boterham had. Eén boterham. Twee moest hij vragen. Gewoon tellen tot honderd bij het stand in de mand spelen op het garageplein, met G-P die de bal niet pakte als iemand riep ‘en de bal is voor P’.

“Berenjacht” verder lezen