Roze of blauw

Op straat ligt een touwtje. Het is lichtblauw en roze. Twee in elkaar gedraaide strengen. Ze volgt het met haar ogen. Waar eindigt het? Af en toe schuift de wind het heen en weer. Ze pak het en trekt eraan. Het geeft niet mee. Verwachtingsvol kijkt ze naar het einde van de straat. Zou er iemand tevoorschijn komen? 

“Roze of blauw” verder lezen

Felroze

De arts waarschuwde me al. Toch schrik ik als ik haar zie. 

Ik zag haar huilen van het lachen toen ze van haar stoel viel nadat ze met mama de fles Licor 43 leeg had gedronken. Ik was erbij toen ze uit haar broek scheurde en boodschappen deed in paps veel te kleine wielerbroekje. Ze brulde als een leeuw toen Nederland Europees Kampioen voetbal werd. Mijn lieve, mooie, gekke tante Esmaralda. Nooit zag ik haar zo kwetsbaar.

“Felroze” verder lezen

Evenbeeld

In de warmte van haar dekbed lijkt het alsof hij tegen haar aan ligt. Ze duwt haar billen naar achteren en zucht. Niets dan koud laken. Al wekenlang droomt ze zijn handen op haar lijf. Duizend interpretaties geeft ze aan een blik. ’s Nachts speelt haar hoofd ermee. Het gaat door herinneringen als een hand door een sierradendoosje. “Evenbeeld” verder lezen

Vliegende storm

Ze staart al zeker tien minuten naar de schilderijen zonder iets te zien. Theo’s woorden galmen zo luid in haar hoofd dat er geen ruimte is voor iets anders. Na veel zeuren ging hij eindelijk mee. Ze wilde al zo lang naar het Rijksmuseum. Voor de Nachtwacht vraagt ze waarom hij zo stil is. Het is toch geweldig dit werk in het echt te zien? Hij houdt zijn blik strak op het schilderij gericht. ‘Ik geloof dat ik niet meer verliefd op je ben.’ “Vliegende storm” verder lezen

Mijn ontmoeting met de Hondenman

Aan – uit. Aan- uit. Aan – uit. Boos kijk ik naar de knipperende cursor op mijn verder lege beeldscherm. ‘Hou op met dat geknipper! Besteed je tijd liever nuttig, bijvoorbeeld door mij te helpen met mijn volgende verhaal voor 500 Magazine aan Zee!’ Aan – uit. Aan – uit. Aan – uit. Meer antwoord komt er niet. Woest klap ik mijn laptop dicht en loop naar buiten. Misschien dat wat frisse lucht me goed doet. Als ik het parkje tegenover mijn huis inloop word ik bijna onderuit gehaald door een enorme herdershond. ‘Godskolere!’, grom ik. ‘Hou je hond bij je!’, roep ik in het luchtledige. Zijn baas is nergens te bekennen.  “Mijn ontmoeting met de Hondenman” verder lezen

Plastic paardje

Koningsdag, half zeven ‘s avonds. Ik loop door de Bakkummerstraat. Het is al bijna niet meer te zien dat hier vanmorgen honderden mensen hoopvol hun koopwaar op een kleedje uitstalden. Her en der staat in een krijt nog een naam op de stoep, langs de weg ligt een oranje slinger, bij de Family een oude stofzuiger. Voor Fase Fier vind ik een plastic paardje. Het is roze, met lange manen en grote ogen. Voorzichtig pak ik het diertje op. Ik probeer rustig te blijven als het me terug in de tijd sleurt. “Plastic paardje” verder lezen

Duindoorn

Zodra ik de deur open doe ruik ik het. Ik loop langs de Chesterfield waarin hij zijn dagen doorbrengt, schuif de gordijnen opzij en de schuifpui open. ‘Pa, het is muf hier. Je moet vaker een raam open zetten!’. Met een zucht legt hij de krant weg. Dan grinnikt hij. ‘Je lijkt je moeder wel. Zodra het kon moesten de ramen open. Ik ging dan demonstratief met een ijsmuts op aan tafel zitten. Maar dat deed ´r niks! Volgens haar was frisse lucht een eerste levensbehoefte.’ “Duindoorn” verder lezen

Diversen

De eerste keer dat ik haar zag kan ik me nog goed herinneren. Het was een maandag. Ik had het gebruikelijke, perssinaasappels, twee grapefruits, een halfje wit en vijf plakken jong belegen. Met een ontspannen glimlach keek ze hoe ik een en ander op de band legde. Het was bijna alsof ze me aanmoedigde. Het gaat allemaal niet zo snel meer bij mij, maar dat leek haar niet te hinderen. Ook bij het afrekenen wachtte ze geduldig tot ik de laatste muntjes van de €9,47 bij elkaar had gezocht.  “Diversen” verder lezen