Spritsen en zoute pinda’s

Eerst giechelen we nog. Nienkes ogen sprankelen boven haar rode sjaal. Hoe dichter we het winkelcentrum naderen, hoe stiller we worden. Nienke fietst nu zwijgend naast me. Ze heeft een frons op haar voorhoofd. ‘Doe je voorzichtig? Je weet het hè, pak eerst sinaasappelen. Als er controle komt laat je het karretje staan en ga je alleen met de sinaasappelen naar de kassa.’ Ik knik naar haar. ‘Komt goed, ik doe voorzichtig. Ik zie je over een uur thuis. Als je er na anderhalf uur nog niet bent pak ik onze tassen en fiets ik met Benjamin naar de boerderij.’ De boerderij ligt twee kilometer van ons dorp, in de duinrand. Zo afgelegen dat ze ons er niet direct zullen zoeken.

“Spritsen en zoute pinda’s” verder lezen

Mövenpickpassie

Het vrachtwagentje hobbelt zo dat het sjekkie uit Jan z’n mond valt. ‘Godverrrr…’ Hij vist het van z’n vale spijkerbroek. Het is ook veel te heet om te werken. Het is dat zijn baas in dit soort dagen een dubbele omzet draait, anders zou hij lekker op z’n balkon gaan zitten, met z’n poten in een teiltje koud water.

“Mövenpickpassie” verder lezen

Nooduitgang

Mark Rutte heeft zojuist zijn doodsvonnis getekend. Zoveel mogelijk thuiswerken. Als medewerker van een overheidsorganisatie weet hij wat dat betekent: zijn kantoor is het laatste dat weer open gaat. Altijd het braafste jongetje van de klas willen zijn, altijd netjes. Precies waar ze hem altijd mee plaagt. Marilou. ‘Jij bent zo braaf, je gaat nooit bij me weg. Dat durf je niet!’ 

“Nooduitgang” verder lezen

Extra tijd

‘Moet je ze zien.’ Hij wijst naar buiten. In het klimrek op het schoolplein onder zijn bejaardenflat hangen een paar kinderen. Drie jongetjes rennen joelend over een kunstgrasveldje: er is gescoord. ‘Ze vermorsen hun tijd. Daar komen ze nog wel achter, uiteindelijk. Als het te laat is.’ 

“Extra tijd” verder lezen

Er wat van maken

Ze zien hem niet. Zelfs al zouden ze willen. Zijn pantser is te dik. Dat was niet altijd zo; hij werd geboren als een weekdier. Zacht en weerloos zette zijn moeder hem op de wereld. Waarom leerde ze hem niet voor zichzelf op te komen? Op de lagere school ging het nog wel. In het kleine dorp waarin hij opgroeide kende iedereen elkaar. Tuurlijk, iemand maakte wel eens een grapje over zijn bril. Maar dat stelde niks voor vergeleken bij de middelbare school. Hij ziet zichzelf nog staan wachten in de gang, hopend te verdwijnen tussen de jassen.

“Er wat van maken” verder lezen