Geen weg terug

Hij kuste haar zachtjes in haar nek terwijl zij de picknick-spullen uit de auto pakte. ‘Wat heb ik dit gemist,’ verzuchtte hij. ‘Laat me eerst dit even doen,’ antwoordde ze.
Ze hadden maanden thuis gezeten in hun tweekamerappartement dat fungeerde als woonhuis, kantoor, sportschool en slaapkamer. Niet als liefdesnestje, daarvoor was hun huis al snel te klein geworden. Nu waren ze voor het eerst weer eens op pad. Hij had het met grote hanenpoten op de jaarkalender in keuken gezet: ROADTRIP. Nu was dat een groot woord voor een reisje dat hun niet verder zou brengen dan Havelte, maar het voelde als een nieuw avontuur door een onbekend gebied. “Geen weg terug” verder lezen

Slof

Goedkeurend bekeek ze zichzelf in de spiegel. Ze kon er zeker nog mee door voor een vijftiger. Ze boog haar rechterbeen een beetje, strekte haar voet en gleed toen met haar handen vanaf haar enkel over haar kuit en scheen. Helemaal glad. “Slof” verder lezen

Een goed verhaal

‘Houdt het dan nooit op met regenen’, verzuchtte Stier. ‘Als ik gek op water was geweest, was ik wel in zee gaan wonen.’ ‘Dan was je een zeestier geweest,’ grapt Alpaca. ‘Ha ha,’ bromt Stier ‘Leuk hoor. Zeg, Schaap, kun je niet nog een mooi verhaal vertellen?’ Verwachtingsvol keken ze naar het zwarte schaap dat altijd bomvol verhalen zat die er voor zorgden dat de tijd wat sneller ging, zeker als het regende. ‘Waar moet het over gaan,’ vroeg Schaap. ‘Waar de regen vandaan komt,’ stelde Alpaca voor. ‘Goed dan,’ antwoordde Schaap.

“Een goed verhaal” verder lezen

Gemist

In het donker door de straten van het dorp dwalen. Bij mensen naar binnen gluren die niets in de gaten hebben omdat ze aandachtig naar een voetbalwedstrijd of andere dampende lijven kijken. Je betrapt voelen als er een deur open gaat en iemand vuilnis bij de weg zet.

“Gemist” verder lezen

Lege plek

In de zomer was ze al begonnen met de voorbereidingen. Nadenken over de locatie, het menu en over het belangrijkste, de gasten. Ze zag ieder jaar weer uit naar het kerstfeest, de gezelligheid, de lichtjes en liederen, het samenzijn. Komend kerstfeest was extra bijzonder omdat er meer genodigden dan in andere jaren er voor het eerst bij zouden zijn.

“Lege plek” verder lezen

In mijn ogen in mijn oren

Na het overlijden van mijn ouders was ik nooit meer in het dorp geweest, maar nu we vanwege corona niet naar het buitenland konden en in de buurt waren, stelde mijn vrouw voor om een ‘reisje naar mijn verleden te maken’. Nadat we de auto aan de rand van het dorp hadden geparkeerd, liepen we door een straat die grotendeels door een supermarkt in beslag werd genomen. Tegenover de supermarkt stond een grote woonboerderij die ik vaag herkende van vroeger, maar toen was het nog een boerenbedrijf en liepen er geiten op het erf.

“In mijn ogen in mijn oren” verder lezen

Eén kopje koffie

Met haar hand zocht ze naast zich en meteen wist ze het weer. ‘Ik ga bij je weg,’ had hij plompverloren gezegd. Notabene tijdens een etentje ter gelegenheid van hun twintigjarig huwelijksjubileum. Hij had al een etage gevonden en ingericht. Een koffer met kleren en wat persoonlijke spullen, ‘ik wil graag de litho’s van de koeien mee’ hadden al klaar gestaan en weg was hij. Ze was zo verrast geweest dat ze niets had gekund, tot diep in de nacht had ze perplex naar de lichte plekken op de muur zitten kijken.

“Eén kopje koffie” verder lezen

Ring Ring

Slaperig keek hij op zijn wekker. Zeventien over twee. Vanuit de flat boven hem kwam keiharde muziek. De La Soul. Hij kroop dieper onder zijn dekbed, maar dat bood onvoldoende bescherming. Hij kon de raptekst woord voor woord verstaan.

‘Hey how ya doin’

Sorry ya can’t get through

Why don’t you leave your name and your number

And I’ll get back to you’

“Ring Ring” verder lezen

Eén gebeurtenis, drie verhalen: Verloren

Ondanks de onherroepelijke gevoelens van berouw en wroeging die zich meteen na afloop meester van hem maakten, keek hij toch al weer uit naar de volgende keer. In haar armen voelde hij zich veilig. Hij mocht er zijn. Bij haar groeide zijn zelfvertrouwen bij iedere heupbeweging totdat hij zijn controle verloor en even later uitgeput op zijn rug ging liggen. 

“Eén gebeurtenis, drie verhalen: Verloren” verder lezen

De toverformule

‘Vandaag wil ik liefhebben zoals ik nooit heb lief gehad.’ Het is meer een bezwering dan een voornemen. Vanuit zijn bed bekijkt hij het aftandse interieur van de oude stacaravan die hij voor een zacht prikkie heeft kunnen overnemen van een oud-collega. Het aanrecht van de sleetse keuken staat vol met gebruikte mokken, borden en glazen, aan het plafond hangen twee overvolle vliegenvangers en op de grond ligt het stapeltje kleren waaruit hij gisteravond zo zijn bed is ingestapt. Zijn blik glijdt langs het met koffiekleurige vlekken besmeurde laken weer terug naar het beeldscherm.

“De toverformule” verder lezen