Vrij

Gulzig likken de vlammen aan de kurkdroge bomen. Eén onooglijke genster zette hun bast in lichterlaaie, meer was niet nodig voor deze ramp die alles vernielt op haar pad. De vlammen zijn overal, ik probeer te vluchten, de hitte haalt me in. Mijn huid verschroeit, mijn hoofd barst als mijn vel loslaat en ik onderuitzak in de verzengende vlammenzee. Mijn ogen vallen dicht, maar mijn geest wil nog niet gaan. Ik schrik op, een zachte stem houdt mij hier. Een stem die ik nooit eerder hoorde, toch klinkt ze bekend, alsof ze er altijd al was. De woorden priemen in mijn geest, pijn zindert in elk woord dat binnendringt in mijn oververhitte hoofd.

‘Het spijt me,’ klinkt aarzelend. ‘Het spijt me dat het zover is gekomen. Ik probeerde jullie te waarschuwen, maar niemand luisterde. Ik veroorzaakte een overstroming, zonder schade, een beving zonder slachtoffers, maar niets maakte indruk, onverstoord deden jullie verder.’

Enkele tellen blijft het stil, ik wil vragen waarom, geen woord verlaat nog mijn verschroeide lippen.

‘Ik weet het, de stormen verergerden, ja, er vielen slachtoffers, zelfs veel, maar wat moest ik anders?’

Een luide snik rolt door mijn hoofd.

‘Hoe kon ik jullie aan het verstand brengen dat het anders moest? Ik probeerde, maar de zachte hand werkte niet. Te lang liet ik begaan, onderging ik allesverslindende plunderingen en protesteerde niet. En ik weet dat er veel monden te voeden zijn, dat ook jullie geen gemakkelijke keuze hebben, maar het gaat niet op deze manier. Het is teveel, ik kan niet meer, het moet veranderen. Jullie nemen, zonder terug te geven. Jullie maken gaten in mijn lijf die nooit meer dichtgroeien. Jullie verschroeien mijn huid tot het punt dat herstel onmogelijk is. Jullie verminken en vermoorden mij. Langzaam, maar onomkeerbaar.

Ik ben op, ik moet jullie stoppen, op de enige manier die werkt. Geloof me, het doet ook mij bijzonder veel pijn, nog meer dan jullie. Jouw einde doodt ook een stukje van mijn zijn, maar ik zie geen andere mogelijkheid meer. Ik moet jullie verwoestende vraatzucht stoppen voor er geen morgen meer is.

Ik hoop dat jullie het mij ooit vergeven, dat we ergens in de toekomst weer in harmonie kunnen samenleven, maar tot de dag dat jullie echt veranderen, zal ik doen wat ik moet doen. Met de harde hand, tot het stopt, tot jullie weer respect tonen.’

Een diepe zucht rukt mijn verwoeste lijf uit elkaar.

’Het spijt me oprecht, maar ik ga door tot het anders is. Ik hou van jullie, maar heb geen keuze meer, ik moet mijzelf beschermen.’

Haar laatste woorden verlaten mijn hoofd, moeder aardes spijt verteert wat overblijft van mij. Ik wou dat ik eerder had geluisterd, maar voor mij is het te laat.

Is het dat ook voor haar?

De stilte slorpt me op, ik ben vrij.

Wanneer zij?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.