Kunstenaar

Vandaag doet mijn kwast niet wat ik wil. De vermiljoen die wat kleur moet geven op haar wangen ziet er clownesk uit. Het past niet, alles aan haar is anders. Maar zijn dat niet alle vrouwen die hier mijn atelier betreden. Het zijn mijn godinnen, en ik wil ze allemaal bezitten, in verf en in het vleselijke. Dat eerste valt soms niet mee, maar als dat lukt vloeit dat tweede er meestal vanzelf uit.

Als de vrouwen zien hoe ik ze schilder en ze adoreer, worden ze verliefd op zichzelf en daarna op de maker van dat beeld. Er gebeurt iets magisch. Iets goddelijks. Andere woorden heb ik er niet voor. Het is mooi en puur en het verdiept mijn leven als kunstenaar. De buitenwereld denkt daar echter anders over. Mijn moeder was geschokt toen ze hoorde dat ik bekend sta als vrouwenverslinder. Dat woord vind ik zo banaal en klopt niet. Alleen mensen die niets weten van kunst zeggen dat uit onwetendheid omdat ze nooit hebben meegemaakt wat wij ervaren . Wij zijn voor elkaar bestemd, mijn muzes en ik. De kunst van mijn vrouwen maken mij bijzonder. Als mens ben ik verder volkomen oninteressant. Iedere ochtend sta ik vroeg op, doe mijn schildersgewaad aan, eet een eenvoudige maaltijd en begeef mij naar mijn atelier. Daar schilder ik en onderhoud mij met mijn modellen. ’s Avonds haast ik mij naar huis voor een maaltijd van mijn moeder en duik daarna meteen mijn bed in, op mijn karig ingerichte slaapkamer. Ik heb geen behoefte aan meer. Af en toe een kegelavond met mijn vrienden. En de bijeenkomsten met Secession, voor de verandering en de vernieuwing van kunst is mij druk genoeg. Behoefte aan een eigen huis of gezin heb ik niet. Voor mij zit het geluk in het schilderen en samenzijn met mijn dames.

‘Mag ik het al zien?’ Ze kijkt mij aan en haar rode haar valt verleidelijk om haar gezicht. Opeens weet ik het, ze heeft een tipje karmijn en een klein beetje ultramarijn nodig. Ze vraagt dezelfde vraag nogmaals en het klinkt haast smekend.‘Nog niet.’ Ik hoor zelf hoe bars het klinkt. En zeg er snel achteraan. ‘Neem maar even pauze, pak maar wat te drinken als je wilt.’ Ze zucht en zegt dat ze liever blijft liggen als ze niet mag kijken. Ze trekt een pruilmondje en maakt haar ogen groot. Zo wil ik haar op dit schilderij. Met deze blik. Als een bezetene maak ik haar lippen voller, roder, natter. Haar ogen vergroot ik subtiel. Ja, langzaam maar zeker komt ze erin, wordt ze haar. Ik dip mijn penseel weer in de rode verf als ik een doordringend gepiep hoor. Even later hoor ik iemand zachtjes praten.

‘Kom je eruit, je bent door de wekker heen geslapen.’ Verward open ik mijn ogen en zie het gezicht van mijn man. Ik moet eruit. Lesgeven. Vandaag staat Gustav Klimt op het programma en ik heb het gevoel dat ik hem na vannacht opeens veel beter ken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.