Twee biertjes

“Snotverdomme”, gromt de oude man als hij met zijn gammele fiets bij het bankje aankomt. “Is mijn plekje bezet!” “Je kunt er wel bij komen zitten”, nodig ik hem uit. Maar dat is hij niet van plan. Mokkend als een klein kind loopt hij met de fiets aan de hand naar een krakkemikkig bankje even verderop. 

De vriend en ik zijn net neergestreken voor een kleine pauze tijdens onze lange wandeling. Terwijl ik geniet van crackertjes, fruit en fris, kijk ik toe hoe de man worstelt met het bankje aan de overkant. Als hij wil gaan zitten, zakt de plank helemaal door. Ternauwernood kan de oude baas een val voorkomen. Opzichtig schuif ik op naar één kant van het bankje en met een uitnodigend gebaar klop ik op de plek naast mij. De man gaat overstag, komt onze kant opgelopen, zet zijn fiets op de standaard en rommelt in zijn fietstassen. “Ik heb er maar twee”, zegt hij als hij uiteindelijk zit. “Dus ik kan ze niet met jullie delen.” Hij houdt twee bierblikjes omhoog. “Op dit tijdstip van de dag kun je aan ons geen biertje kwijt”, laat ik hem weten. “Maar hoe komt het dat jij al zo vroeg drinkt?” En dan komt het verhaal…

Sinds een paar maanden is zijn vrouw met pensioen. Zelf is hij al jaren thuis en dat vond hij maar wat fijn. De hele dag alles op zijn dooie gemak en geen gezeur aan zijn hoofd. Zijn vrouw legde wel allerlei briefjes klaar, maar die negeerde hij categorisch. Maar nu is ze dus ook thuis waardoor het stille huis veranderd is in een hel. “Een hel?”, vraag ik verbaasd. “Een hel!”, bevestigt hij nog maar eens. 

De hele dag loopt zijn vrouw te commanderen en wat hij ook doet, het is nooit goed. Alsof er onophoudelijk een brandweersirene staat te loeien: ‘doe dit, doe dat’. Om gek van te worden! Dus slaat hij voortaan op de vlucht. Elke dag om 11.00 uur springt hij op de fiets om na een korte tocht bij de friettent uit te komen voor zijn twee biertjes. Elke dag zit hij hier te drinken en te denken om pas tegen drieën weer op huis aan te gaan. Zo heeft hij een manier gevonden om het een beetje dragelijk te maken. 

“Wat doe je dan al die tijd hier op het bankje?”, vraag ik hem. “Een plan maken,” zegt hij, “hoe ik op een goeie dag tegen haar zal zeggen, dat ik na 50 jaar ongelukkig huwelijk alsnog wil scheiden.” Hij droomt van die dag die óóit moet komen, want “niemand kan toch tot de dood in een hel blijven leven?” voegt hij er wanhopig aan toe. 

“Het bankje is weer van jou,” zeg ik als we opstaan, “want als dit het enige is dat je op dit moment gelukkig maakt, moet je er zuinig op zijn.” En hem veel wijsheid en moed toewensend, vervolgen wij onze tocht door het bos. De oude man blijf eenzaam achter.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties