Grens

We liggen dicht tegen elkaar aan. Buik tegen rug, bil tegen schaambeen, huid tegen huid. Ik sla mijn arm om zijn naakte lichaam. De koude grond wint langzaam van onze laatste lichaamswarmte. Stug gras kriebelt in mijn rug. Boven ons waait een wind gestuurd vanuit de steppe, die zijn snelheid opvoert nu hij de grasvlakte bereikt heeft. Metershoge grassprieten golven boven ons in symfonie. We zijn vergeten hoe lang we hier liggen. Ik duw mijn bovenbeen stevig in de dijen van mijn vriend: we mogen geen warmte verliezen. Zijn trage hartslag galmt door in mijn borstkas. Zou hij nog wakker zijn?
‘Februari?’ fluister ik in zijn oor. Hij pakt de hand die ik over hem heen heb geslagen zwak vast. Dan komt vanuit het noorden een constant gebrom uit de lucht dichterbij. Het zweet breekt me uit. Ik herken het geluid van het voertuig niet. Zijn het de Russen, de Chinezen, de rebellen? Zullen we al over de grens zijn? 
Een rood knipperend licht verschijnt aan de horizon, het gebrom wordt luider. Februari merkt het gevaar niet meer op, hij zweeft tussen leven en dood. Angst wil het van me overnemen. Ik sluit mijn ogen en doe wat ik, na jaren leven in constante dreiging, mijzelf heb aangeleerd. 

Het sneeuwt in Sint Petersburg. Vanuit mijn bed open ik de gordijnen. De kou wurmt zich door de gammele ramen heen, maar de wollen dekens houden me warm. Alexander komt onze slaapkamer binnen met dampende Turkse koffie en pannenkoeken met jam. Hij kruipt onder de warme dekens en wroet zijn gezicht in mijn lichaam. 
‘Wat ben je zacht en rond, wat ben je lief,’ fluistert hij terwijl hij mijn buik zoent. Zijn baard kietelt en in een reflex trek ik mijn benen op. 
‘Genade, genade!’
Alexander pakt mijn armen en duwt ze boven mijn hoofd. Ik kan geen kant op en opwinding giert door mijn lijf. Opnieuw streelt hij mijn buik. 
‘Even luisteren naar ons kindje,’ zegt hij terwijl hij zijn oor boven mijn navel legt. Ik strijk mijn handen door zijn haar en warmte stroomt door mijn bloed.

Ik kruip nog even tegen hem aan, maar in plaats van zijn stevige lichaam voel ik het knokige geraamte van Februari. Het geluid van klapperende helikopterwieken recht boven ons brengt me terug naar de koude grasvlakte. Een rode laser scant onze naakte lichamen. Ik duw mijn gezicht in Februari’s nek en durf niet omhoog te kijken. Zo mag ons plan niet eindigen. In het Jiddisch klinkt een stem uit het voertuig. ‘Game over,’ komt uit een megafoon. ‘Tot hier en niet verder.’ Ik hoor de helikopter achter ons landen en voel de loop van een geweer tegen mijn slaap drukken. ‘Honderd meter verder en jullie hadden de grens bereikt,’ hoor ik de eigenaar van het geweer zeggen. ‘Maar hier horen jullie nog bij ons.’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties