Trop is teveel en teveel ist zuviel

‘Stop!’
Ik trap op de rem, stuur de wagen naar de kant. ‘Wat is er?’
‘Ik kan niet meer.’
Geschrokken kijk ik over mijn schouder. ’Wat kan je niet meer?’
‘Dit! Ik kan er niet meer tegen!’
Ik schud mijn hoofd. ‘Maar dit is wat jij moet doen. Je hebt toch geen keuze?’
‘Heb ik die niet?’
Twijfel raast door mijn hoofd. Nee. Ofwel?
‘Wat is er anders dan gisteren? Toen zag je het toch nog zitten?’
Een trilling ruist over de achterbank, tikkende geluiden dringen in mijn oor.
‘Mensen haten mij. Ze vervloeken mijn bestaan. Als ik in de buurt kom, worden ze boos, vernielen en plunderen in mijn naam. Dat is toch niet oké?’
‘Maar dat is toch niet in jouw naam? Jij bent er als bescherming van de bevolking.’
‘Geloven zij dat?’ Het tikken groeit. ‘Geloof jij dat?’
Ik keer me om, staar door de voorruit in de donkere nacht. Mijn maag trekt samen als ik terugdenk aan hoe ik in deze klotejob rolde. Had ik maar nooit op die advertentie gereageerd!
‘Rijdt u graag met de wagen?’
‘Natuurlijk.’
‘Zeker?’
‘Anders zat ik hier toch niet?’
De man knikte. ‘Maakt het uit wat u vervoert?’
‘Hoe bedoelt u? Het is toch legaal?’
‘Natuurlijk!’
‘Iets chemisch of radioactief?’
‘Niets van dat. Helemaal veilig.’
‘Dan maakt het niet uit.’
‘Werkt u graag ’s avonds?’
‘Ja, dat stond toch ook in de advertentie?’
‘Stressbestendig?’
‘Zeker.’
‘Heeft u vragen?’
‘Nee.’
‘Dan is de job voor u.’
Te gemakkelijk. Ik had het niet moeten doen, zelfs niet voor het geld. Maar ik zette mijn handtekening.
Even dacht ik dat het een grap was toen ik mijn wagen – met diplomatieke nummerplaten én passagier – kreeg. Een grote klok vulde de achterbank. Enkel de wijzers draaiden onophoudelijk.
‘Wat is de bedoeling?’
‘Rondbrengen. Naar elk buurland met een avondklok. En terug.’
‘Wat?’
‘Het is uw job om te zorgen dat … dat meneer Edifice elke avond op tijd in elk buurland met een avondklok is. Hij geeft het startschot.’
Minutenlang keek ik de man stomverbaasd aan. ‘Is dit een grap? Leeft hij?’
‘Hallo,’ klonk aarzelend vanop de achterbank. Ik werd gek.
‘Waarom? Kunnen mensen niet op hun eigen klok kijken?’ vroeg ik toen ik een beetje helderheid hervond.
Ongelukkig haalde hij zijn schouders op. ‘In theorie …’
‘Maar …’
‘Onze regeringen vonden dat niet genoeg. Ze willen een officieel startschot.’
‘Dat meent u niet!’
‘Ik vrees van wel … en u moet hem voeren.’
Het moest even bezinken, maar ik rij dus al weken rond met meneer Edifice op mijn achterbank. Van hot naar her. Elke avond passeer ik vier landen. Om 18:00 valt het startschot in Frankrijk, dan naar Nederland, waar ik om 21:00 de grens bereik. Om 22:00 een touchdown in Wallonië, om 23:00 een stop in Duitsland om rond middernacht in Vlaanderen te landen. En ’s ochtends opnieuw.
Meewarig kijk ik over mijn schouder. Ik begrijp hem wel, het is gekkenwerk, maar wat moet ik nu aanvangen met een depressieve avondklok?

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties