Kwantumliefde

Hoe zal men schrijven over vandaag als straks het leed is geleden en de wetenschappelijke strijd gestreden? Pennen de geschiedschrijvers van later dan glorieuze verhalen, zoals over de landing op de maan, of wordt het ook wat wrang hier en daar?

Amper zeven dagen na zijn nachtelijke fratsen stond de 78-jarige Jan Severanckx voor een rechter wiens mondmasker verveling en ongenoegen niet kon verhelen.

Maanden eerder, tijdens de eerste golf, was Jan zijn vrouw kwijtgespeeld. Het monster dat COVID heette had Marieke in de kraag gevat, haar fragiele, dementerende lijf in razernij door elkaar geschud, en haar voor dood achtergelaten in het rusthuis. Jan mocht daar geen afscheid nemen. Afscheid kwam ongelegen, want dat venijnige virus werd met kille eenzaamheid bestreden. 

Maanden verstreken en Jan kon steeds minder goed leven met de ellendige gedachte dat hij niet aan haar zijde was gebleven tijdens die reutelende laatste weken. En het was allesbehalve een troost dat meneer pastoor blijkbaar wel naast Marieke had gezeten om op een diefje een laatste sacrament voor te lezen.

Het was – als logisch gevolg van een alleraardigst leven – de eerste keer dat Jan zijn lot in handen van een rechter legde. Aldus was Jan hoopvol. Want wat hij had uitgespookt mocht niet, zoveel was zeker. Maar het was ook niet het einde van de wereld.

Zeven dagen eerder had Jan aan de agenten grif toegegeven dat hij niet van de avondklok wou weten. Hij had net voor bedtijd gemerkt dat het was gaan sneeuwen en hij droomde feeërieke beelden van een besneeuwde binnenstad.  Vervolgens was hij zich zorgen gaan maken: maar als er verderop in de stad niemand is om de vlokken in ogenschouw te nemen, gaat het daar dan werkelijk ook sneeuwen? 

Met die vraag of iets echt is als niemand het kan zien of meten hadden hij en Marieke vroeger vele uren gesleten, zoals Einstein en Bohr zowat een eeuw eerder. Zij geloofde stellig van wel, hij eerder dat we zulks niet kunnen weten. 

De agenten gingen ervan uit dat Jan waarlijk van een lotje getikt was en brachten hem naar huis. Maar amper een half uur later kwam Jan op dezelfde plaats dezelfde agenten tegen. Ze toonden zich een pak minder inschikkelijk en brachten Jan naar een cel.

Nu stond hij daar voor de rechter wat onwennig te wezen.

‘Meneer Severanckx, voelt vierduizend euro ‘echt’ genoeg voor u?’

Het duurde even voor Jan begreep dat het geen vraag was maar een vonnis. 

Jan mocht beschikken. Maar hij wilde het nog steeds weten. Hij nam een taxi naar de stad., waar de dooi was ingezet en de zon al proefde naar lente.  Maar op daken, achter hoeken en tussen spleten zag Jan nog sporen van sneeuw niet zo lang geleden.

Jan was maandenlang alleen geweest. Maar dat was nu verleden. Het was nu tijd om aan Marieke vertellen dat het echt had gesneeuwd zonder dat iemand het had gemeten. 

Op het bankje bij de brug liet Jan zijn portefeuille en een mondmasker achter. 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties