Héhéhé!

Dagelijks passeren zij ons huis, de één een kop  groter dan de ander. Weet ik veel waar zij wonen, ik ken ze alleen van gezicht. Twee broers, dacht ik altijd. Tot de kleinste bij zijn mamma achterop de fiets de ander toeroept: ‘Doei, tot morgen!’ Géén broers… Dikke vrindjes. Maar ook hiervan moet ik terugkomen: vanmorgen zijn ze me daar stevig op de vuist! Met veel rumoer en gescheld: stommerd! Over en weer.

‘Héhéhé! Kappen daarmee! Kun je wel? Jij bent veel groter.’ Die van een kop groter verweert zich assertief: ‘Echt niet! (spr.uit: èchnie) Hij is zeven en ik ben zeven.’ En deelt nog lekker even een dreun uit. Nu keren zij zich schijnbaar eensgezind tegen mij. Tuurlijk, iedereen moet zich met zijn eigen zaken bemoeien.

‘Waar gaat het nou helemaal over? Vertel op!’

Over de Avondklok. De ene ‘stommerd’ meent dat kinderen èn grote mensen ’s avonds niet meer op straat mogen. De ander had begrepen dat iedereen vroeg naar bed moet van de politie.

‘Voldoende nachtrust is prima. Van deze corona-toestand krijgt iedereen last van een kort lontje. Weten jullie wat dat is?’

“Voor het vuurwerk?”

‘Zeker, maar het betekent ook, dat mensen die weinig slapen gauw ruzie krijgen. De Avondklok is om mensen binnen te houden. Na negenen krijg je een boete op straat. – Doe mij een lol: géén kort lontje, géén ruzie!’

Op anderhalve meter van elkaar vervolgen zij zwijgend hun weg. Zo, die zijn onder de indruk!

Alhoewel … ? Op veilige afstand hoor ik hun spontane beurtzang: Héhéhé! — Kappen daarmee! [bis,bis]

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties