Als de straatlantaarns branden…

Tijdens een van mijn vele wandelingen, in de namiddag van zomaar een dag, loop ik te piekeren. Ik somber over de avondklok die nu al enkele weken geldt. Soms ben ik een beetje bang voor alles wat ons nog te wachten staat. En net als ik diep weggezonken ben in mijn rondkolkende gedachten, passeer ik een vrouw van mijn leeftijd die haar kleinkinderen met veel geduld leert tollen. Wie kent dat nog… zo’n haktol waar je heel strak en heel precies een touwtje om wikkelt om hem vervolgens met veel kracht en een mooie zwaai weg te gooien. Waarna hij eindeloos lang blijft draaien op de punt die je vlijmscherp hebt gemaakt.

Bij het zien van dit leuke tafereel schakel ik pijlsnel meer dan 50 jaar terug in de tijd. En alsof het gisteren was, zie ik ons als kleine kinderen spelen op de grote plaats achter het huis. Behendig springen en figuren draaien met de elastiek die strak gespannen staat om de kuiten van twee buurjongetjes. Of om vuilnisbakken bij gebrek aan beentjes. Ik zie ons urenlang schommelen en kaatsenballen. En maar oefenen en oefenen op het gooien met zes ballen tegen de muur. Want dat kon mijn moeder met zó veel gemak dat het toch echt wel te leren moest zijn. En natuurlijk touwtje springen: “In spin de boog gaat in. Uit spuit de boog gaat uit.” Soms deden de grote jongens uit de buurt mee en dan pakten ze twee touwen en draaiden die behendig door elkaar heen. En de kleintjes maar springen alsof ze nooit moe zouden worden.

Maar het mooiste spel vond ik toch wel ‘blikverstoppertje’. Dit speelden we avond aan avond met alle kinderen uit de buurt tot het donker werd en de straatlantaarns aanfloepten. Want dan was het tijd om naar huis te gaan. “Als de lampen op straat aangaan, kom je rap naar huis. Dan mag je niet meer buiten zijn”, was bijna dagelijks de strenge boodschap van mijn moeder. En zo fungeerde de lantaarns voor ons als een avondklok die je niet kon negeren. Nu, ruim 50 jaar later, is de avondklok weer ingesteld. Niet om ons kinderen naar huis te sturen na genoegzaam spel, maar om ons thuis te houden en vrolijk samenzijn te voorkomen.

Het is een sombere gedachte, maar gelukkig put ik hoop uit de ‘avondklok’ uit mijn jeugdjaren. ’s Winters was je vroeg binnen; op de kortste dag van het jaar al om half vijf. Maar met het lengen van de dagen schoof de avondklok steeds een stukje op. En op de langste dag van het jaar konden we zeker tot 10 uur ’s avonds buiten spelen.

Ook al voelt de avondklok voor ons nu als zwaar en uitzichtloos; ik kan je vertellen: net als vroeger, gloort er ook nu weer licht. Omdat we deze strijd hoe dan ook gaan winnen. Hou dus vol. Echt: hou vol! Zodat we straks weer vrolijk samen buiten kunnen spelen. 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties