Eén gebeurtenis, drie verhalen: Verloren

Ondanks de onherroepelijke gevoelens van berouw en wroeging die zich meteen na afloop meester van hem maakten, keek hij toch al weer uit naar de volgende keer. In haar armen voelde hij zich veilig. Hij mocht er zijn. Bij haar groeide zijn zelfvertrouwen bij iedere heupbeweging totdat hij zijn controle verloor en even later uitgeput op zijn rug ging liggen. 

Nu probeerde hij op de donkere camping zijn weg terug te vinden naar zijn Caddy, waarin hij sliep. Het grindpad werd zwak verlicht door het schijnsel uit de paar caravans waarvan de bewoners nog niet sliepen. Door een oneffenheid en zijn niet al te zekere tred viel hij lang uit. Hij vloekte. Modderig en nat vervolgde hij zijn weg. Hij voelde zich vies, niet alleen door zijn val maar ook door het bezoek dat hij net had afgelegd.

Bij zijn auto zocht hij ongeduldig naar zijn sleutels, waardoor ze uit zijn verkleumde natte handen op de grond vielen. Hij vloekte. Op de tast vond hij zijn sleutels terug op de vochtige grond. Bij het overeind komen stootte hij zijn hoofd aan de spiegel van zijn auto. ‘Verdomme.’ Hij klikte de auto van slot en smeed de zijdeur met meer geweld open dan nodig was. Hij dook naar het dashboard en zette de radio aan. Een levenslied schalde over de camping. Kutmuziek. Hij deed de radio weer uit. Hij wilde slapen. Waar was zijn slaapzak? Hij keek achter zich en greep een beduimelde bundel uit een stapel van vieze kleren en doeken. Hij probeerde de slaapzak dicht te ritsen, maar kreeg het niet voor elkaar. Machteloos gooide hij de slaapzak weer terug. Hij sloot de zijdeur met een klap en en opende deze meteen weer toen hij bedacht hij nog moest pissen.

Zonder acht te slaan op zijn omgeving begon hij buiten meteen te plassen, een zucht van opluchting ontsnapte aan zijn vermoeide lijf. Aan de binnenkant van zijn broekspijp werd het warm, verdomme, piste hij zichzelf ook nog onder. Hij trok zijn broek uit en ging op zoek naar een pyjama achter in de koffer. De achterklep van de auto zat op slot, stomme deurvergrendeling. Hij liep weer naar voren voor de autosleutel, maar vond tussen de lege bierflessen en koekverpakkingen alleen een steeksleutel die hij als opener had gebruikt. De sleutel zou toch niet buiten op de grond zijn gevallen? Hij stapte weer naar buiten, waar zijn natte broek nog in het modderige gras lag. Achter hem viel nu ook de zijdeur dicht.

Daar stond hij dan, halfnaakt onder een zwak verlichte lucht. Vloekend liep hij naar de achterklep van zijn Caddy die nog steeds op slot zat. Machteloos sloeg hij met de steeksleutel op het achterraam dat meteen versplinterde. Verdomme, was zijn auto ook nog kapot. Hij kroop door het vlijmscherpe kozijn zijn auto binnen zonder te merken dat hij zijn onderbuik open haalde aan de rand. Uitgeput ging hij op de platte achterbank liggen, die langzaam rood kleurde, net als de lucht. Een nieuwe dag brak aan.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties