Eén gebeurtenis, drie verhalen: Karl-Friedrich Richter

Het had hem bepaald niet meegezeten de laatste jaren. Na 23 jaar trouwe dienst, uiteindelijk als Logistik Chef, had de stofzuigerdistributeur hem ontslagen. Oneervol ontslag zelfs, omdat hij een jonge vrouwelijke collega lastig zou hebben gevallen. Terwijl hij alleen een paar foto’s van haar had gemaakt, stiekem. Ze had er toch eigenlijk zelf om gevraagd, met haar korte rokjes en half doorschijnende bloesjes?

Na zijn ontslag konden ze de hypotheek van het nieuwe huis niet meer betalen, gedwongen verkoop, verlies gemaakt, bijna al het spaargeld op. En toen was zijn vrouw bij hem weggegaan. Wat een k…wijf: toen hij carrière maakte en maandelijks een zak geld thuis bracht, was het altijd prima tussen hen. Maar na zijn ontslag werd ze opeens ijskoud, volgde ruzie na ruzie, uiteindelijk een vechtscheiding en vier weken later trok ze in bij Anton, Produktionsingenieur bij een autofabrikant. Zelf teerde hij op zijn laatste spaarcenten, waarmee hij het moment van zijn Altersrente niet zou gaan halen.

Levend vanuit zijn oude kampeerbusje, met een blik opgewarmde ravioli als culinair hoogtepunt, had hij zijn kinderen en oude vrienden nooit meer gezien. Zijn vrouw, ex-vrouw, wel: op het parkeerterrein van de supermarkt waar hij al drie dagen stond te posten, had hij haar aangesproken. Omdat ze helemaal doordraaide, vielen er klappen over en weer. En omdat zij een gebroken kaak had en hij alleen een kras van haar nagels, draaide hij de bak in wegens mishandeling en ging zij vrijuit. 

Gisteren, na acht maanden in die Justizvollzugsanstalt, stond hij weer buiten en ademde de lucht van vrijheid weer in. Zijn busje deed het gelukkig nog en hij reed ermee naar een camping aan de rand van de stad. Hij trakteerde zichzelf op een paar borrels in de kroeg en een paar krasloten zonder prijs, dronk verder uit een fles goedkope jenever van de avondwinkel en waggelde over straat richting camping, toen die sloerie met de dikke tieten hem haar kamertje in trok. Vage herinneringen aan een hartvormig bed, rood schijnsel, misselijkheid, een vieze, zurige geur, iets van ruzie…  

Nu wordt hij wakker in zijn busje, bonkende koppijn, een tong als een oude zeem. Bloed op zijn knokkels. Zijn broek stinkt naar pis, zijn zakken zijn leeg, zijn mobieltje en geld weg. De achterruit is kapot, hij ligt tussen de glasscherven, een hoofdsteun van de stoelen ontbreekt. Zo beroerd heeft hij zich nog nooit gevoeld. Als hij uren later een beetje opgeknapt is en wegrijdt, zonder achterruit maar met de in de bosjes teruggevonden hoofdsteun, denkt hij alleen maar: nu wordt alles beter.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties