De vloek

Noor holt weg van de boerderij. Haar gouden krullen dansen om haar gezicht. De stilte trekt haar het bos in. Tussen de bomen staat zij stil. De bladeren om haar heen ritselen alsof ze een geheime taal met elkaar spreken.

Ze gaat de pauwen van de graaf eten geven. Een zee van groen omringt haar. Het zonlicht wordt gefilterd door het jonge blad aan de bomen. In de verte ziet zij kasteel Staverden.
Als ze het graan neerstrooit komen de pauwen van alle kanten aanlopen. Ze pikken het graan op en bewegen hun kop schokkerig heen en weer alsof ze geen graankorreltje willen missen. Noor vindt ze prachtig. Alleen, wat schreeuwen ze vreselijk. Leonora, de vrouw die wegkwijnde op het kasteel nadat haar geliefde was gedood scheen net zo te gillen, tenminste haar geest. Volgens de verhalen waart zij nog steeds rond op het landgoed. En iedereen die haar ontmoet zal sterven van liefdesverdriet, maar daar gelooft Noor niets van.

Als het voer op is verdwijnen de pauwen het bos in. Noor loopt naar de waterput en ziet de bloem meteen. Dit betekent dat Valentijn, de zoon van de graaf, vannacht hier op haar wacht. 

Noor stapt om middernacht haar bed uit. De maan verlicht het pad naar het bos.
Ze voelt een ijskoude windvlaag haar gezicht beroeren. In de lucht ziet zij donkere wolken die als schepen voorbij zeilen. Ze hoort geritsel in de struiken.
‘Is daar iemand?’ Haar stem klinkt schel. Een donkere gedaante lijkt tussen de bomen te zweven. Schemerig licht valt door de takken. Hoort zij stemmen? Of is het de fluistering van de wind? Vanavond voelt alles anders. Een zwarte schaduw valt op de grond. Haar benen voelen als was . Op het zachte mos vleit Noor zich neer en sluit ze haar ogen. 

Ze droomt dat ze achterop bij Valentijn zit op zijn paard. Als hij zijn hoofd omdraait ziet ze dat hij veranderd is in de duivel. Gillend wordt ze wakker. Ze kijkt in het lieve gezicht van haar geliefde. Noor vertelt wat er is gebeurd. Valentijn kijkt haar meewarig aan en voelt aan haar hoofd.
‘Je hebt koorts, ik neem je mee naar het kasteel’ zegt hij vastberaden en tilt haar op. 
Hij geeft haar een kus op haar voorhoofd en lacht.
‘Jij krijgt een warm bed en een papaverpastille tegen de koorts.’ Hij legt zijn cape over haar heen en loopt met grote passen richting het kasteel.

De weken daarna wordt zij af en toe wakker. Alles is wazig, waarom zeggen ze dat zij de pest heeft? Gelukkig is Valentijn er iedere keer als zij haar ogen opent. Vaak droomt ze over een toekomst met hem. Het is zo mooi.

Op een dag opent ze haar ogen en voelt ze zijn hand niet meer die de hare vasthoudt. De ongerustheid over hem groeit. Als ze op een dag sterk genoeg is strompelt ze uit bed en zoekt hem overal. Maar zij vindt hem niet. Hij is gestorven aan de pest. De schreeuw van Noor is in het hele kasteel te horen als ze dit hoort. Zij voelt zich dood. Net als Leonora van Staverden.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties