Mövenpickpassie

Het vrachtwagentje hobbelt zo dat het sjekkie uit Jan z’n mond valt. ‘Godverrrr…’ Hij vist het van z’n vale spijkerbroek. Het is ook veel te heet om te werken. Het is dat zijn baas in dit soort dagen een dubbele omzet draait, anders zou hij lekker op z’n balkon gaan zitten, met z’n poten in een teiltje koud water.

Hij parkeert de wagen zo ver mogelijk op de stoep. Hoe minder hij hoeft te lopen, hoe beter. Hij checkt het klembord. Twee dozen cornetto’s, een vienetta, drie zakken friet. Z’n shirt plakt aan zijn rug. Achter, in de bak, doet hij rustig aan. Normaal zou hij vloeken op de uitzendkracht die z’n wagen weer eens in de verkeerde volgorde heeft ingeladen, maar vandaag is het niet erg. Hij trekt zijn shirt omhoog en drukt zijn buik tegen de bevroren frietjes. Eerst even afkoelen, dan verder. Hij stapelt de bestelling op het steekwagentje en belt aan bij Spoorstraat 8. Wanneer de man open doet schuift hij hem snel de koude dozen in handen. ‘Gooi het snel in de vriezer, voor het ontdooit. Tot ziens!’ 

Het volgende adres is de Petuniastraat. Hij glimlacht. Daar woont dat lekkere vrouwtje. Jurkjes kunnen haar niet strak genoeg zijn, lijkt het wel. ‘s Avonds, thuis, denkt hij wel eens aan haar. Dat ze mee komt naar de bak van het wagentje. Hij ziet haar tepels door het jurkje heen steken, hard van de kou. Hij geeft haar een ijsje. Ze steekt het zo diep in haar mond dat ze bijna kokhalst.. 
Van schrik toetert hij naar de fietser die vlak voor hem oversteekt. ‘Kijk uit je doppen, trut!’ roept hij haar na door het open raampje. 

Ook vandaag is het weer strak en kort, ziet hij goedkeurend. ‘Ik kom weer een lading friet brengen, zet u de vriezer vast open? Dan leg ik het er zo voor u in.’ Het vrouwtje blijft in de deuropening staan. ‘Kan ik niet mee het wagentje in? Het is zó heet. Ik zou zo graag even die kou op mijn huid voelen.’ Een moment weet Jan zich geen houding te geven. Snel trapt hij z’n sjekkie uit. ‘Tuurlijk mevrouw, u mag mij wel assisteren hoor. Plek genoeg in m’n wagen.’ 

Op haar hakjes trippelt ze hem achterna. Jan merkt dat z’n handen een beetje trillen als hij het slot van de deur losmaakt. Had ‘ie zich nou maar gedoucht vanmorgen. Ze aarzelt als hij zijn hand naar haar uitsteekt, maar dan pakt ze hem aan en hijst zich gretig omhoog de koelruimte in. Haar ogen worden groot. Ze wringt zich langs hem en duwt Jan naar de deur. ‘De vriezer weet je te vinden hè, loop maar gewoon naar binnen.’ Op straat, vijf zakken bevroren friet in zijn armen, ziet hij door de kier van de deur nog net hoe ze pakjes koude saté smachtend tegen zich aandrukt.

(met dank aan Edgar Nijman voor de titel)

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties