Winkeldief?

Eén keer per jaar bakte zijn moeder een stukje zalm voor hem. En de volgende dag een stukje kipfilet voor zijn tweelingbroer. Ze moesten het áltíjd uitleggen dat ze wél een tweeling waren maar tóch op twee verschillende dagen waren geboren. Hij, Koos, als eerste net voor middernacht en zijn broer Kees als tweede. Een uurtje later. 

Voor zijn 6e verjaardag had hij dus ook als eerste mogen kiezen wat hij wilde eten. Zalm dus. Dat had hij nog nooit gegeten. En hij had wel eens gehoord dat je dat kon eten in een restaurant. Dus dat leek hem wel wat. Kees koos kipfilet. Dat aten ze ook nooit. Alleen op zijn verjaardag dus. Het werd allebei in een restje roomboter gebakken. Het grootste stuk van de boter gebruikte zijn moeder voor hun gezamenlijke taart. 

En nu zat hij dus voor de rechter. De beschuldiging was dat hij een stukje zalm en een stukje kipfilet had gestolen. Het zat onder in zijn mandje keurig netjes, haast als een cadeautje, verpakt in een plastic tasje. De rest van de boodschappen had hij afgerekend, maar de zalm en kipfilet niet. De officier van jiujitsu zei dat hij een winkeldief was. En de rechter vertelde dat, omdat hij al een andere keer een taakstraf had gekregen, hij nu voor deze diefstal een paar dagen naar de cel moest. 

Het leek wel of hij de geur van de verjaardagstaart, de gebakken zalm en kipfilet rook. Dat had hij altijd als hij aan zijn moeder dacht. Dat maakte hem rustig. Dan hoefde hij niet te denken aan die nacht. Die nacht toen Kees en hij strontlazarus en knetterstoned om even na drieën thuis waren gekomen. Ze dachten dat de deur klemde. Maar toen ze em open hadden geduwd bleek dat ma in haar grijze Paddington big shirt languit in de gang lag. Pal voor de deur. Kees kreeg eerst nog een lachkick maar hij had meteen in de gaten dat er iets he-le-maal niet goed was. De onderkant van haar slaapshirt was nat. Hij had 112 gebeld en vanaf dat moment ging alles steeds een beetje meer mis. Er was iets geknapt in ma’s hoofd. Dat vertelde de dokter. En ook dat hij het niet kon repareren. En dat ze geen pijn had. Maar Kees en hij geloofden dat niet. Want vanaf die dag keek ze hen nooit meer met haar pretoogjes lachend aan. Er knapte weer iets in ma’s hoofd en toen was ze dood. En het leek wel of er toen ook iets bij Kees was geknapt. En toen ging Kees dus ook dood. Eigenmoord met pillen. 
De vriendelijke psiegologen meisjes hadden zo vaak gezegd dat hij door al dat dood een storing in zijn hoofd had gekregen. Maar hij geloofde dat niet. Hij was gewoon heel verdrietig en al die niet gehuilde tranen hadden een waterbel in zijn hoofd gemaakt. 
Op zijn verjaardag haalde hij nu zelf een stukje zalm én een stukje kipfilet. Dan dacht hij aan ma en aan Kees.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties