Regen

Regen

10 juni 2020 0 Door Mark de Gooijer

Wat hoor ik toch?

Hij schrikt wakker. Slaperig tuurt hij in het halfduister naar het display van de wekker. Nog één uur te gaan voordat hij afloopt. Opeens bemerkt hij wat hem wakker had gemaakt. De regen klettert in venijnige vlagen tegen het raam.

Nee hè, denkt hij somber, uitgerekend vandaag!

De gedachte spreekt hem totaal niet aan. Tien kilometer tegen de wind in trappen in een zweterig regenpak met water dat gaandeweg in zijn schoenen klotst. Hij heeft geen hekel aan zijn werk, maar op deze manier zakt zijn motivatie naar het nulpunt. Een dagje onverwachte vakantie lijkt aanlokkelijk (nu was hij de wekker nog voor). 

Nee, toch maar niet, de hele dag “zachtjes tikt de regen op het zolderraam/ritme van de eenzaamheid” is geen ideale vakantiebesteding.

“Neem toch de auto mee…”, klinkt het slaperig naast hem.

Hij draait zich om en haalt zijn lief aan. “En dan word jij kleddernat met je boodschappen op de fiets? En hoe krijg je dan alle aardappels uit de moestuin mee aan de andere kant van de stad? Nee, ik bijt wel door de zure appel heen.” 

Nog drie kwartier voordat de wekker afloopt. Niet in slaap vallen! Hij draait op zijn rug en laat zijn gedachten gaan. Haast automatisch komt een herinnering rond de regen bij hem op. Een flits uit zijn jeugd in een dorp aan de rivier.

“Regendruppels zijn de tranen van de engelen”, zegt de juffrouw ernstig, “ze huilen om de zonden van alle mensen.”

Heel even is hij weer kind. Iedere ochtend bidden en zingen en op maandag het angstige ritueel van het psalmversje opzeggen en het meegebrachte dubbeltje in het zendingsbusje doen. Een groen verzegeld busje met een lachend zwart kindje op het etiket. Sparen om heidense kinderen met Jezus kennis te laten maken. Heidens, een onbegrijpelijk woord voor een kind, maar toch gevoelsmatig een duidelijke afscheiding tussen wij en zij.

Hij denkt terug aan de uitbundig groene weilanden vol vee en de bomenrijen van de Alblasserwaard aan de andere kant van het dorp. 

Vruchtbaar verdriet, zou je zeggen.

Een mijmering duikt op. Als hij de woorden van die onderwijzeres doorredeneert, is de Sahelzone blijkbaar een gebied, waarin weinig zondigs gebeurt. Nu kan dat ook bijna niet, want er woont bijna geen mens meer, of ze zijn van honger omgekomen, of ze zijn ten prooi gevallen aan Aids, de zwarte dood van deze tijd, of ze zijn in een van de vele etnische contramines afgeslacht, of ze zijn naar streken gevlucht waar beter voedsel te verbouwen valt.

Die doden en die vluchtelingen. Dat is een gevolg van zondigheid, hebzucht, machtswellust. Waarom huilen de engelen er daarginds dan niet om? In zijn kindertijd zou diezelfde juffrouw er een zeer simplistisch antwoord op hebben gehad: “Omdat het heidenen zijn”. Die tellen niet mee in het verdriet van de hemel.

Die westerse arrogantie, denkt hij, dat is zonde. Daarom regent het hier ook zo vaak.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!