Hengel

Het is niet mijn eerste bezoek aan mijn oom. Wel de eerste keer dat ik als mantelzorger tegenover hem zit. De woonkamer is klein, de wand hangt vol met foto’s van puppies, eigengemaakte schilderijen en oorkondes. Op de kast staan twintig fotolijsten, een lamp past er net op. Vanuit de vensterbank kijkt een grote Goofyknuffel de kamer in. Oom deelt koffie uit. Zelf gezet door eerst twee bekers met water te vullen en ze dan in het reservoir te gieten. De damp slaat van de mok. Als ik een slok neem, proef ik melk en suiker. Zo drinkt oom zijn koffie, dus iedereen. Hij kijkt naar mij, voorzichtig schraapt hij zijn keel.
‘Er is nog iets heel belangrijks dat ik echt nodig heb?’ Hij wrijft met zijn voet over de vloerbedekking, zijn blik op het tapijt.
‘Wat is dat dan?’ 
‘Nou, eh, de oude is zomaar stuk gegaan.’ Ooms stem is gedaald tot een nauwelijks verstaanbaar volume.
‘Wat is stuk gegaan?’ 
‘Ik zou … had een goede … ja, nu stuk …hengel,’ mompelt oom. 
Ik weet dat oom graag vist. Een hele dag kan hij aan de waterkant zitten met zijn thermosfles koffie en een broodtrommeltje. Zijn aarzeling snap ik niet goed, is hij bang dat ik nee zal zeggen?
‘Nou, dan kopen we toch een hengel.’ Oom lacht stralend terug. Zijn voet wrijft niet meer over de vloer.
‘Echt?’
‘Ja. Gaan we zaterdag halen. Als jij in de winkel alvast uitzoekt wat voor een hengel je wilt, want daar heb ik geen verstand van.’
‘Ik zal de mooiste uitzoeken,’ belooft oom. 
Die zaterdag haal ik oom op. Hij kletst honderduit in de auto over de  hengel en dat hij zo graag aan het water zit. Onder het rijden wijst hij naar verschillende woningen die we passeren om te vertellen wie daar woont. Ik ken niemand die hij opnoemt.
‘Laat maar zien welke hengels je uitgezocht hebt,’ zeg ik als we in de winkel staan. Oom loopt langs de rijen met hengels. Pakt er af en toe eentje in zijn hand en mompelt: ‘jaja, die is wel mooi.’ Ik volg hem. 
Hij pakt steeds een andere hengel. Een bamboe exemplaar zonder molen. Een aluminium exemplaar met molen. Een hengel met een grote haak, een zeer stevig exemplaar. Elke keer  mompelt hij: ‘die is ook mooi.’ Zijn ogen stralen als een kind in de snoepwinkel.
‘Welke hengels had je nou uitgezocht?’
‘Mm, jaja,’ antwoordt oom terwijl hij naar de netten loopt. 
Na een tijd dringt het tot mij door. Hij kan geen keuze maken. Dat moet ik doen. In overleg met de verkoper kies ik een uitschuifbaar exemplaar met molen. Ik koop er een bijpassende hoes bij. Oom knikt als ik de hengel voorleg. Hij pakt de hengel vast, kijkt er uitgebreid naar en legt het terug op de toonbank met de woorden: ‘heel mooi, echt heel mooi.’
Als ik oom de hengel geef, glimmen zijn oogjes. Hij lacht breeduit. Ik verwacht bijna dat hij gaat huppelen.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

4 Reacties
Nieuwste
Oudste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Paul Bastiaansen
4 maanden geleden

Een mooi verhaaltje, Corine. Wel een beetje jammer dat je de oom geen naam geeft, zo blijft het een beetje afstandelijk, wordt ik er als lezer minder bij betrokken.

Miek
Miek
4 maanden geleden
Antwoord aan  Paul Bastiaansen

Heel ontroerend verhaalrje …

Corine Binnekamp
Corine Binnekamp
4 maanden geleden
Antwoord aan  Miek

Dank je wel, Miek. Dat is voor mij prettig om te horen.

Corine Binnekamp
Corine Binnekamp
4 maanden geleden
Antwoord aan  Paul Bastiaansen

Dank je wel voor jouw reactie, Paul. Ik heb er bewust voor gekozen om mijn oom als oom aan te duiden, vanwege privacy. Ik ga wel nadenken of ik hem geen andere naam kan geven in mijn verhalen, want het is jammer dat het verhaal daardoor wat afstandelijk blijft.