Tamara

Tamara

4 april 2020 0 Door Marius Pater

Het is al nacht, maar we zitten nog buiten met een glas wijn na te genieten van de stralende zomerdag. Daar gaat met het bekende gekraak de tuindeur van buurvrouw Tamara open. Zo laat nog? Gegiechel, een zware mannenstem.

Je hebt wel kleine borsten, vind je dat zelf ook? Ja, niet dat ze je niet mooi staan hoor. Ze passen denk ik wel bij je. Maar heb je er zelf geen last van? Dat het je onzeker maakt? Ben je er wel blij mee?

Ze is er niet zo blij mee. En hij ook niet, want ze blaast de date af. Even later een vrouwenstem, een vriendin. Samen vullen ze de nacht met drinken en praten. En dan vooral veel drinken en hard praten. Of eigenlijk heel veel drinken en veel en hard praten.

Tamara heeft een stem als een dorpsomroeper. En helaas niet alleen ’s nachts na veel drank en een date die haar borsten niet kan waarderen. Ze is luid en duidelijk op alle momenten van de dag. Onvermijdelijk, onverbiddelijk, onoverkomelijk. 

Moet Tamara niet werken? Kan ze niet een baan met avond- en nachtdiensten gaan doen? Of een weekendje weg? Of naar dokter Velthuis, haar borsten laten vergroten? 

We verlangen zó naar een moment van rust, gewoon wij in onze tuin, zonder een pratende, wat, een schallende haag en een onzichtbare maar o zo hoorbare buurvrouw. 

Volg je haar? Vriendlief knikt. Het gaat nergens over, zegt hij. Mij zit de ergernis zo dwars, dat ik liever binnen zit en wacht tot het over is. 

Misschien is ze best leuk, ik heb geen idee, maar haar stemgeluid is gewoon niet te harden en bederft mijn plezier van buiten zitten en genieten van de stadsgeluiden in de verte, de wilde parkieten, de – onhoorbare – vleermuisjes die langs scheren. In plaats daarvan beraam ik plannen om haar een eenmalig en definitief zwijgen op te leggen. 

Zinloos natuurlijk, en wat heeft ze misdaan? Niemand heeft zichzelf gemaakt, zij ook niet. Dan had ze wel wat aan die borsten gedaan. Dus wie ben ik. Het enige wat mij rest is me niet op te winden en te accepteren. 

Op een dag moet vriendlief bij ons blok en het blok om de hoek alle deuren langs met een één of ander iets namens de VVE. We kijken elkaar aan. Dus je gaat bij haar aanbellen? We zijn er gewoon een beetje zenuwachtig over. Kun je het maken om er iets van te zeggen? Vind je zelf ook niet dat je hard praat? Kan dat? Eerst maar es kijken of ze open doet.

Als ‘ie weer terug is, komt het verlossende woord. Ze is heel normaal, en ze is eigenlijk best knap. Een mooie vrouw. Raar dat ze niet een leuke vriend heeft.

En haar borsten? Ik vraag het als een achterhoedegevecht.

Haar borsten? O, daar heb ik eigenlijk niet op gelet. Ze passen wel bij haar, denk ik.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!