Lekker naar buiten

Lekker naar buiten

1 april 2020 0 Door Bert Roodhof

Ik had het slechter kunnen treffen. Iedere dag kreeg ik op tijd mijn eten en drinken, de koekjes bij de thee en alles wat op de grond viel waren voor mij. Als de zon scheen lag ik op de plek waar het warme licht de vloer raakte. Aan aandacht en liefde geen gebrek: dagelijks een aai over mijn bol of een knuffel en ’s nachts lekker met zijn allen in het tweepersoonsbed dat groot genoeg was voor drie.

Iedere dag kwam ik wel een paar keer buiten, maar gelukkig niet heel lang. Ik ben niet zo’n loper en om eerlijk te zijn, eigenlijk vind ik het ongemakkelijk om anderen tegen te komen. Ik ben klein en als bon vivant iets te zwaar en dan voel je je al snel geïntimideerd wanneer iemand die veel groter en meer afgetraind is dan jij met zijn natte neus je geheime plekjes besnuffelt. Ik ben dan ook altijd blij wanneer ik weer veilig thuis ben.

Sinds een week ziet mijn leven er echter totaal anders uit. Om te beginnen is iedereen de hele dag thuis. Ik vind het erg gezellig, maar dat geldt helaas niet voor mijn huisgenoten. Die beginnen op elkaars zenuwen te werken. De één wil muziek luisteren, de ander wil stilte, de één wil voortdurend het nieuws volgen, de ander wordt daar dan weer paniekerig van. De spanning is om te snijden.

Het gevolg is dat iedereen naar buiten wil om te wandelen en ik moet dan mee. Het valt me zwaar. Vroeger liepen we een kort rondje. Na vier huizen linksaf, daarna nog drie keer links en ik was weer thuis. Nu is het heel anders. Mijn huisgenoten maken tochten waar geen einde aan lijkt te komen. Ik kom in delen van het dorp waar ik nog nooit ben geweest. Wist je bijvoorbeeld dat hier een groot bos is? Hoewel dat bos een feest voor mijn neus is, is het dat zeker niet voor de rest van mijn gestel. Na zo’n boswandeling ben ik kapot, ik voel mijn rug en ik weet zeker dat mijn poten door slijtage korter zijn geworden.

Toen ik gisteren thuis kwam na een wandeling van anderhalf uur lag ik amper op de bank of ik werd geroepen door een andere huisgenoot. Ik kon nog net een slok water nemen en ik was weer buiten. ’s Avonds val ik uitgeput in slaap.

Vanmiddag werd er aangebeld. Het was een buurman die vroeg of hij mij mee mocht nemen voor een wandeling. De buurman was graag buiten, maar werd sinds kort verwijtend aangekeken wanneer hij een ommetje maakte. Waarom bleef hij niet binnen? Hij had echter gemerkt dat hondeneigenaren daar geen last van hebben.

Mijn baasje heeft nu een bordje in de tuin gezet waarop staat dat ik te huur ben voor ‘wandelingen met een alibi’. Inmiddels ben ik geboekt voor tien uur wandelen per dag. Ik vrees dat ik het eerste slachtoffer van de corona-crisis wordt dat niet aan het virus overlijdt maar aan uitputting.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!