Extra tijd

‘Moet je ze zien.’ Hij wijst naar buiten. In het klimrek op het schoolplein onder zijn bejaardenflat hangen een paar kinderen. Drie jongetjes rennen joelend over een kunstgrasveldje: er is gescoord. ‘Ze vermorsen hun tijd. Daar komen ze nog wel achter, uiteindelijk. Als het te laat is.’ 

De zoon zucht. Hij kent de sombere buien van zijn vader. Toch vraagt hij het. Uit plichtsbesef, niet omdat hij het wil weten. ‘Waar komen ze nog wel achter?’  Z’n vader haalt de schouders op. ‘Dat wat jij al zolang probeert te negeren. Wanneer besef je je dat de tijd doortikt? Je waant je onsterfelijk. Je doet maar wat. Zomaar ineens is het voorbij. En wat heb je dan bereikt? Hoe is het met die laatste, hoe heet ze, Trudy? Weer uit zeker? Voor je het weet is het afgelopen en ben je eenzaam.’

Twee jaar terug werd het oordeel geveld. Zijn hart. ‘Vanaf nu moet u rekening gaan houden met uw leeftijd.’ De arts had zijn vader streng aangekeken. ‘Rustig aan dus. Stop met fietsen. Een kort ommetje naar de supermarkt kan, zo lang het tempo laag ligt. En mocht u nog op vakantie willen, zorg er dan voor dat u in de buurt blijft van een AED.’ Hij zag hoe zijn vader verslagen het hoofd boog. Hij dacht aan zaterdagochtenden in het grote bed van zijn ouders. Zijn wang op de behaarde borst van zijn vader, gefascineerd door het machtige kloppen daarbinnen. 

‘Kom, we moeten weg. Het is altijd zo druk op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Ik wil niet dat we te laat komen.’ Hij laat de vragen van zijn vader in de lucht hangen. Wat moet hij zeggen? Dat elk bezoek hem aan zijn eigen sterfelijkheid herinnert? Dat hij elke keer als hij hem de auto in tilt denkt aan zijn vaders stevige gebruinde kuiten boven wandelschoenen tijdens hun zomervakanties in Frankrijk? Dat Trudy niet wilde blijven, zelfs niet toen hij op zijn knieën ging en haar ten huwelijk vroeg?

Behendig rijdt hij de rolstoel de wachtkamer in. Gek, denkt hij, je kunt je van tevoren niet bedenken waar je allemaal handig wordt. Achter het bureau zit een donkerharige vrouw. Een nieuwe arts, dokter Van der Toren is met pensioen. Na een relaas van zijn vader over de laatste kwetsuren kijkt ze hen glimlachend aan. ‘Ik heb de scan van vorige week bekeken. Ik heb goed nieuws. Ik snap niet hoe het kan, maar het hart lijkt zich te herstellen.’ Ze geeft een klopje op zijn vaders hand.  ‘U kunt weer gaan opbouwen. Wat langer lopen, stukjes fietsen. Het lijkt erop dat u extra tijd gekregen heeft. Ga iets leuks doen met uw kinderen. Of kleinkinderen?’ Vragend kijkt ze naar de zoon.

In de cafetaria zwijgen ze boven hun koffie. Als die op is vraagt hij zijn vader: ‘Wat wil je doen?’ Die knikt naar de uitgang. ‘Breng me maar gewoon naar huis.’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

1 Reactie
Nieuwste
Oudste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Mark de Gooijer
1 maand geleden

Subtiel gebrachte tragiek en eenzaamheid, geen van beiden zijn ze blij met de extra tijd. Goed geschreven beelden.