Berenjacht

Berenjacht

11 april 2020 0 Door Inge Eusman

Gewoon een boterham pakken, uit de broodla van tante B. Die geen echte tante was, maar onze ‘leenmoeder’. Gewoon omdat hij op dat moment daar was en trek in een boterham had. Eén boterham. Twee moest hij vragen. Gewoon tellen tot honderd bij het stand in de mand spelen op het garageplein, met G-P die de bal niet pakte als iemand riep ‘en de bal is voor P’.

Gewoon je vol overgave tien keer vijf (plus vier keer acht en dan nog doortellen tot honderd) achterover laten vallen in de volle ongesnoeide heg, onze buutplaats, als de anderen zich gingen verstoppen. Gewoon op je kop krijgen van de groters als je niet goed telde. Die groters die nooit ver bij de kleintjes uit de buurt bleken te zijn. Die keihard riepen: ‘Fout geteld! Opnieuw!’. Bang zijn dat de bal voor de zevende keer die week in de tuin van buurman T belandde, want dan was je em kwijt en kon je em precies drie dagen later ophalen. Anders sneed hij de bal met een broodmes in tweeën. Gewoon, gewoon, gewoon.

Ik liep mijn rondje door de buurt en zag overal in de vensterbank beren staan. Pandaberen of andere knuffelberen. Nette beren. Accessoire-beren. Volwassen ethisch verantwoorde beren. Keurig VT-wonen-achtig neergezet tussen de identieke plantenpotten met sanseveria’s. Onvergelijkbaar met Mijn Beer. Tig keer door de berendokter opgelapt, kale, zaagsel lekkende slappe poten, één oog en één knoop, die zo verrukkelijk rook naar hoe kan ik het uitleggen? Gewoon rook naar Beer.

Door de buurt liepen ouders met hun kinderen. Of eigenlijk liepen er kinderen met hun ouders. De ouders waren zichtbaar a-relaxed. Tijdens het lopen waren ze aan het multitasken. Zodra de ouders even afgeleid waren doordat ze volledig in hun telefoon opgingen renden de kinderen joelend naar een volgend huis. Ze hadden alweer een beer in een vensterbank gespot. De berenbuurtspeurtocht was bedacht door grote mensen. En het was ‘viral’ gegaan via social media. Het was een verantwoorde buitenactiviteit die goed paste in het thuisonderwijs waar de ouders nu ineens verantwoordelijk voor waren. Een spontaan leuk idee waaraan veel mensen meededen. Het gaf een doel aan even buiten een frisse neus halen. En de kinderen vonden het geweldig. 

Mijn nichtje was de naschoolse opvang en het thuisonderwijs helemaal zat. Ze pikte de stress van haar ouders op, die allebei in het ziekenhuis werkten, en was hieperdepieper actief. Of het een ideetje was om een dagje bij oom Karel door te brengen? We zouden die dag geen schoolwerk doen had ik haar beloofd. Wel gingen we wandelen en deden de berenspeurtocht door de buurt. Telden per straat de beren. Acht straten. Tweeëndertig beren. Vier verschillende maten. Zeven verschillende kleuren. We bakten bere-lekkere taart en tekenden alle beren na. Een berenklus.
We lachten om ons grapje. Daarna maakte ze onder de trap met kussens, dekentjes en knuffels een hol voor haar winterslaap. Ze sliep totdat de lente haar wekte en alle beren weer gewoon buiten konden spelen.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!