Rust

De laatste keer dat ik samen met hen naar het strand ging herinner ik mij nog goed. Als ik de zeewind op mijn huid voel ga ik terug naar dat moment.

Vanaf de strandingang naar zee was het verder dan ooit. Mijn vader droeg de tassen met de handdoeken. Mijn moeder droeg niets. Ze had genoeg aan zichzelf. Ze leunde zwaar op mijn arm.

Ze zaten met hun rug naar de duinen, op de door mij meegebrachte stoelen. Kijkend naar zee. Mijn moeder rilde. 

‘Heb jij het koud?’ Ik liep al voordat zij kon antwoorden. Met een opgevouwen badlaken haastte ik mij naar haar toe. Iedere stap dichter naar haar, bracht beelden mee van lang geleden. Ons blauwe windscherm. Door mijn moeder zelf gemaakt. De lauwe meegebrachte limonade en de klef geworden boterhammen. Er werden immens grote tassen meegesleept, alsof we een week lang op het strand zouden blijven. Het badlaken drapeerde ik om mijn moeder heen, zo voorzichtig mogelijk. Ze kroop erin weg, als een gewond dier in zijn hol.

Mijn vader zat naast haar. Rechtop. Stil, in zichzelf gekeerd. Met een serieus gezicht alsof hij besefte dat dit moment niet meer terug zou komen. Hij deed de kraag van zijn jas omhoog. Hij was klaar voor de wind. Zo zou hij ook de toekomst trotseren. Ik wist dat mijn vader het aankon. Alles wat zou komen.

Nog geen maand later ben ik weer op het strand samen met mijn vader. Zwijgend lopen wij naast elkaar. Ik pas mijn tempo aan op dat van hem. Het voelt prettig om zo rustig te lopen en alles om mij heen goed in mij op te nemen. Een hond die achter zijn baas aanholt. De man die zijn vrouw stevig vasthoudt om haar middel, maar ook het schuim van de zee dat ik zie liggen op het zand. En de schelpen die knarsen als wij er daarna overheen lopen.

Vanmorgen was het zover. Het moment waarop we hebben gewacht. Maar ook waarvoor wij vreesden. Vanmorgen is mijn moeder weggebracht naar haar laatste rustplaats. Het viel mij zwaar en ik was opgelucht. Ik zie haar gezicht weer voor mij. In de laatste week werd het al bleker, grauwer. Haar was verder lijden bespaard gebleven. Daar moest ik blij om zijn.

Opeens blijft mijn vader staan. Kaarsrecht. Ik draai mijn hoofd naar hem toe. Hij kijkt naar de zee. Ik volg zijn blik. Een tijdje blijven we zo zwijgend staan.

‘Het maakt mij altijd rustig. Dat komen en gaan van de golven. Dat ritme.’ Hij glimlacht naar mij.

‘Jouw moeder zei dat ook altijd.’ Ik knik.

‘Ze zal altijd bij ons blijven.’ Hij kijkt mij aan, pakt mijn hand vast en samen lopen we terug.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties