‘Praat me even bij!’

‘Praat me even bij!’

21 maart 2020 0 Door Bea Jansen

Geen idee waar ik ben of wat er gebeurd is. Ik zit op de grond en iemand houdt mijn linker arm omhoog. De arm bloedt en er bungelen lappen vel aan. Mijn benen zijn een beetje opgetrokken en ik zie dat de broekspijp rond mijn linker been onder het bloed zit. ‘Dit moet gehecht worden,’ flitst door mijn hoofd. Dan zie ik iemand naast me zitten met een telefoon aan haar hoofd. ’Rufen Sie ein Ambulanz?’ Ze gebaart druk. Ik ‘weet’ dat het de hardloopster is die ik heb in gehaald op het grindpad. Ik dacht dat dat inhalen goed was gegaan… we hadden nooit dat grindpad op moeten gaan. Waar ben ik eigenlijk en wat waren we aan het doen? Ik vraag het aan B die ik niet zie, maar waarvan ik weet dat hij er is. Hij vertelt me dat ik een ongeluk heb gehad. ‘Ja, dat weet ik ook wel’. ‘Praat me even bij! Waar zijn we?’ 

In mijn hoofd is het chaos, ik weet niet waar ik ben. Ik probeer mijn gangen na te gaan, alsof ik mijn sleutels kwijt ben. Vaag staat me iets van Duitsland bij. Zijn we op vakantie? Mijn hoofd doet het niet goed. Hoe laat is het eigenlijk?

Als mijn hoofd het niet goed doet moeten mijn collega’s aan de bak. Niet lang geleden schreef ik een brief die begint met ‘lieve collega’s, als jullie dit lezen ben ik er niet meer of niet meer in staat om mijn werk te doen…’ Maar waar ben ik? Ik moet naar een ziekenhuis, dit moet gehecht, hoe kom ik daar? Terwijl dit allemaal door mijn hoofd gaat zijn ambulancebroeders met mij bezig. Mijn arm hebben ze vlot verbonden, maar met mijn been weten ze zich geen raad. Er wordt een Notarzt gebeld. 

Even later zit er weer iemand naast me. Is het iemand anders? Ik zie een naald in mijn rechterarm gaan en vraag: ‘Was geben Sie mir?’ Geen idee of ik de juiste naamval gebruik en waarom praat ik Duits? ‘Sie bekommen Narcose’ en ‘Nicht mehr sprechen!’ hoor ik in de verte.

Wanneer ik wakker word lig ik op een operatietafel. Gek genoeg weet ik meteen dat ik in een Oostenrijks ziekenhuis lig. Ik hoor het zangerige Oostenrijks Duits van de chirurg. Vaag herinner ik me dat ik een CT-scan kreeg of hebben ze me dat net verteld? Ik hoor het geknisper van plastic tape dat losgetrokken wordt. Het wordt in een prop naast me op de grond gegooid. Komt dat van mijn been? Ik voel dat ze hechten. Het doet geen pijn, de draad die door mijn huid gaat kriebelt alleen een beetje. Ik vind het fijn dat ik weer weet waar ik ben en merk dat ik weer mijn oude zelf ben. Ik vraag ‘Wie viel Stiche’ er in mijn been gaan (‘Viel’) en of ‘Stiche’ wel het juiste woord is. Ik hoor ze samen praten, maar ze beginnen nu ook aan mij vragen te stellen. ‘War es ein E-bike? Wie ist es passiert?’ Ik weet het ook niet. Kan iemand me bijpraten? 

Dan is mijn bovenbeen klaar en kunnen ze aan de slag met mijn arm. Hoe zullen ze dit eens gaan doen? Ook hier kriebelen de eerste hechtingen weer, maar naarmate ze dichter bij mijn elleboog worden gezet, wordt het een pijnlijk verhaal. Ik probeer niet te kermen en me zo goed mogelijk te ontspannen. De chirurg knikt bemoedigend. Ja, hij weet dat het pijnlijk is, maar hij kan me helaas niet bij ‘spritzen’, want dat zou niet goed zijn voor mijn hart. Kiezen op elkaar dan maar. Een paar keer hoor ik hem zeggen ‘und Sie haben nichts gebrochen, unglaublich’. Hierop mompel ik maar iets over ‘starke Knochen’ en probeer grapjes te maken. Weer in control. Ik krijg een kurken spalk om mijn arm om mijn elleboog te ondersteunen, van Nederlandse makelij vertelt de chirurg. Dan is hij klaar en vraagt me mee te werken met overstappen op een ziekenhuisbed. Een aardige verpleger zegt dat hij me naar zaal zal brengen. 

Eenmaal op de gang staat B naast me. Het is half twee. ‘B, praat me even bij!’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!