Alleen

Zondag gesloten, leest Mat op het raam van zijn Foonshop. Het is nog stil in het winkelcentrum, de supermarkt gaat pas om twaalf uur open. Even heerlijk alleen zijn, denkt Mat. Hij gaat naar binnen, laat het licht uit, zet z’n espressomachine aan en gaat voorzichtig op z’n kruk zitten. Hij sombert wat over vanochtend, dut dan langzaam in.

‘Wat doe jij hier op zondag? Je bent toch niet open?’
Geschrokken kijkt Mat z’n vriend Bor aan. ‘Nee, ik ben dicht. Ik ben even lekker alleen.’
‘Oh, als je liever alleen bent…’
Mat zucht. ‘Blijf maar. Als je niks zegt, krijg je koffie.’
Bor kijkt hem aan. ‘Is goed. Dan zijn we even samen lekker alleen.’

Mat zet twee kopjes espresso, geeft er een aan Bor, knikt naar hem, denkt weer aan vanochtend en waarom het altijd zo moeizaam gaat. Bor roert in z’n kopje. Mats ogen vallen dicht.
Hij schrikt als hij z’n evenwicht verliest op z’n kruk – en ziet een keurig heertje binnenkomen. Hij draagt een pak en een zwarte hoed. Alsof hij net uit de kerk komt, denkt Mat.
Bor gaat rechtop zitten en kijkt het heertje aan. ‘De winkel is dicht, wij zijn even lekker alleen.’

Het heertje knikt vriendelijk. ‘Dat is goed, maar ik kom jullie wat vertellen. Op de stoep gelden regels, dat weten jullie vast. Het brengt ongeluk om met een voet op meer dan een stoeptegel tegelijk te staan, dat weten jullie ook vast.’ Hij verheft zijn stem: ‘de grenzen van de stoeptegel mogen niet overschreden worden!’ Hij is even stil, kijkt Mat en Bor beurtelings aan, spreekt dan weer zachter verder. ‘Vanochtend was ik niet alert genoeg; met mijn linkervoet, altijd die linkervoet…’ Hij kijkt even naar beneden. ‘… met mijn tenen als het ware, kwam ik op de volgende stoeptegel terecht. Maar toen ik het zag, toen het al te laat was, zag ik ook vlak voor mijn linkervoet een biljet van vijftig euro liggen!’ Weer is hij even stil, als hij ziet dat Bor opstaat, spreekt hij snel verder. ‘Afgelopen woensdag nog fietste ik roekeloos, kwam op de witte streep van het zebrapad terecht en won de volgende dag niets in de loterij. Een duidelijke geval van causaal ongeluk. Maar nu had ik geluk in plaats van ongeluk!’ Hij kijkt Mat en Bor triomfantelijk aan. ‘Het zijn vreemde tijden, maar het is een mooie zondag!’ Hij draait zich om en loopt de winkel uit.

Mat en Bor zeggen niets, kijken elkaar alleen maar aan.
Op dat moment komt Omat achter haar rollator de Foonshop binnen schuifelen. ‘Wat zitten jullie hier te schemeren, jongens?’

‘Ach,’ zegt Bor, ‘we waren even lekker alleen, toen hadden we een ongelukje, toen een gelukje en nu ben jij er. Als je stil bent, mag je ook koffie en dan zijn we even met z’n drieën lekker alleen.’

Mat zucht. Omat kijkt hem aan, gaat dan stilletjes op haar rollator zitten.
Mat zet zwijgend drie espresso’s. Hij geeft er een aan Bor, een met melk en suiker aan Omat en gaat met de derde weer voorzichtig op z’n kruk zitten.
Wat een gedoe toch, denkt hij, en voelt z’n oogleden zwaar worden.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties