Er wat van maken

Er wat van maken

22 februari 2020 0 Door Bregje van der Steeg

Ze zien hem niet. Zelfs al zouden ze willen. Zijn pantser is te dik. Dat was niet altijd zo; hij werd geboren als een weekdier. Zacht en weerloos zette zijn moeder hem op de wereld. Waarom leerde ze hem niet voor zichzelf op te komen? Op de lagere school ging het nog wel. In het kleine dorp waarin hij opgroeide kende iedereen elkaar. Tuurlijk, iemand maakte wel eens een grapje over zijn bril. Maar dat stelde niks voor vergeleken bij de middelbare school. Hij ziet zichzelf nog staan wachten in de gang, hopend te verdwijnen tussen de jassen.

Nu hij veertig is, is zijn pantser zo dik dat niemand hem nog ziet. Binnen dat pantser is hij veilig. Veilig en eenzaam. Zo eenzaam dat hij op een grijze zondagmiddag zijn jas aantrekt en de deur achter zich dichttrekt. Hij wil verdwalen. Opgaan in de stad. Waarschijnlijk missen ze hem op zijn werk pas na een week of twee.

Hij is zo in gedachten dat hij pas merkt dat hij haar al veel te lang aanstaart als ze de glazen deur open doet. ‘Wil je naar binnen, liefje?’. Plat Amsterdams. ‘Voor €50 mag je alles met me doen.’ Hij bloost, z’n ogen schieten heen en weer tussen het vele bloot en de straat. ‘Is het je eerste keer?’ Hij kijkt iets langer. ‘Ik weet niet of…’ begint hij. Ze strekt haar hand uit. ‘Kom maar, knapperd. Ik help je.’ 

Bedremmeld kijkt hij hoe ze de zware pluchen gordijnen achter hen sluit. Het ruikt er naar schoonmaakmiddel en wierook. Ze gaat op het matras zitten en klopt naast zich. ‘Kom es bij me.’ Voorzichtig laat hij zich op een hoek van het bed zakken. Uit zijn ooghoeken ziet hij dat ze haar beha uittrekt. Haar borsten wiebelen als ze naar hem toeschuift. ‘Voel es effe. Puur natuur hoor.’ Ze drukt zijn hand tegen het zachte vlees. 

Hij voelt haar warmte. De tepel die onder zijn handpalm hard wordt. Met neergeslagen ogen legt hij zijn andere hand op haar andere borst. Ze trekt zijn hoofd naar zich toe. Met zijn gezicht in het zachter vlees, haar kloppend hart onder zich, breekt hij. ‘Ik weet niet meer wie ik ben’, snikt hij. ‘Ik hoor niet hier. Ik hoor nergens.’ Stil streelt ze zijn rug. Wanneer hij opkijkt ziet hij tranen in haar ogen. Met een trieste glimlach pakt ze zijn kin. ‘Weet je schat, niemand weet waar ‘ie hoort. Zo is het leven. We moeten er wat van proberen te maken. Wou je nou nog van bil? Of wil je alleen af en toe effe komen huilen? Mag ook hoor. Zo heb ik er meer.’ Hij schudt z’n hoofd. ‘Hoe doe je dat dan? Er wat van maken?’ ‘Oh, simpel. Gewoon doorgaan tot je niets meer voelt. Heb je een rubbertje bij je of wil je d’r eentje kopen? Ik heb ze voor €1, of voor €2,50 met stimulerende gel.’ 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!