Duurzaam

Duurzaam

8 februari 2020 0 Door Maarten Ka

‘Hé man, wat kijk jij chagrijnig voor ‘n zaterdagochtend!’ Bor gooit de deur van Mats Foonshop open. ‘Ik heb iets lekkers bij me voor in de koffie.’ Hij haalt een klein flesje wiskey uit z’n achterzak.

‘Niemand koopt mijn duurzame groene telefoonhoesjes.’
‘Dat begrijp ik wel,’ zegt Bor. ‘Ze zien er gewoon niet zo Tesla uit.’
‘Nee, het zijn ook…’
‘Wat ik bedoel,’ sust Bor, ‘is dat mensen graag bij jou een hele goedkope telefoon kopen, maar er dan het liefst een hoesje omheen willen dat er duur uitziet. En jouw groene hoesjes zien er niet heel duur uit. Ze zien er… nou ja, gewoon uit.’ Bor is even stil. ‘Doe dus maar koffie.’

Mat is ook even stil. Z’n irritatie zakt. Bor heeft misschien wel gelijk, denkt hij. Het gaat altijd om de buitenkant.

Weer zwaait de deur van de Foonshop open. Een vrouw met twee overvolle boodschappentassen komt binnen, laat haar tassen op de grond ploffen en haalt luidruchtig haar neus op.

‘Hai Bloem,‘ zeggen Mat en Bor in koor.

Bloem komt vaak bij Mat langs om koffie te drinken, meestal is haar neefje Zoef dan bij haar, ze past vaak op hem voor haar tweelingzus. Maar nu is ze alleen. Er is iets met haar, denkt Mat.

‘Wat zit je haar leuk.’
Ze kijkt hem verbaasd aan. ‘Het zit al een tijdje zo. Doe maar een dubbele espresso.’

Nu kijkt Mat verbaasd, maar hij gaat aan de slag achter z’n espressomachine.

‘Waarom denk jij dat niemand mijn duurzame groene telefoonhoesjes koopt?’

Ze monstert de opgestelde duurzame telefoonhoesjes op het koffiebarretje; donkergroene van bamboe en lichtgroene van vlas en maismeel. Ze zijn nog composteerbaar ook, bromt Mat vanachter z’n espressomachine.

‘Ik denk dat ze te goedkoop zijn. Mensen verwachten dat iets duurzaams duur is, het woord zegt het al. Die verwachting moet je niet teleurstellen, dan willen ze het niet meer.’

Tjonge, denkt Mat, niet alleen kijken ze alleen naar de buitenkant, ze hebben ook nog vaste verwachtingen die je niet mag teleurstellen. Terwijl het toch fijn is dat ze niet zo duur zijn.

Bor grijnst. ‘Vanaf nu geen veertien maar vierendertig vijfennegentig. Mensen weten niet wat ze willen – het interesseert ze allemaal geen moer, denk ik eigenlijk. Hij draait het dopje van het flesje op het barretje. ‘Jij ook een scheut, Bloem? Dan blijven we langer goed; we zijn al composteerbaar genoeg.’

Ze haalt luid haar neus op. ‘Ik drink niet, maar ik wil wel suiker in m’n koffie.’ Mat en Bor kijken elkaar verbaasd aan. ‘Zien jullie niks aan me?’

‘Nou ja, dat je haar leuk zit.’ Mat voelt zich wat ongemakkelijk.

‘Ik ben echt al een tijd niet naar de kapper geweest, ik heb het altijd zo kort. Bloem heeft het lang. Ik ben Blos, haar zus, de moeder van Zoef.’ Ze haalt zachtjes haar neus op.

Mat wordt rood. ‘Sorry. Aangenaam.’ Hij geeft haar een papieren zakdoek. Blos lacht. ‘Dat is lief, dank je. Mag ik nu suiker?’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!