Blokkade (1)

Blokkade (1)

12 februari 2020 0 Door Nel Goudriaan

De weg door de polder lijkt vandaag langer dan anders. Louise drukt haar gaspedaal nog eens extra in. Mistflarden belemmeren haar zicht. 

Vanuit het niets doemt een rood-wit hek op. Een man, gekleed in het zwart met een lichtgevende band geeft een stopteken. Hij komt haar vaag bekend voor. Ze opent haar portier.

‘Deze straat is afgesloten.’

‘Dat kán niet. Ik moet naar huis.’

Paniek overvalt haar, zo komt ze nooit op tijd. ’Hoe bedoelt u?’

‘U kunt uw auto hier achterlaten en in het busje stappen dat klaar staat.’

Heeft ze een keus? Ze gaat een geblindeerd busje in. Misschien is ze toch nog thuis, voordat Bart er is.

De chauffeur groet haar niet en start de motor.

‘Waarom?’ probeert ze nog.

‘Ga niet met ruzie de deur uit, je weet maar nooit,’ waarschuwde haar moeder vroeger.

Met een luide klap had ze die ochtend de voordeur dichtgesmeten. Het lijkt lang geleden, maar de blik van Bart, een mengeling van woede en wanhoop, heeft zich in haar geheugen gegrift.

‘Je merkt het wel wanneer ik weer thuiskom,’ waren haar laatste woorden.

‘O ja?’ zei hij alleen maar.

Nu zou ze niets liever willen dan zijn warme armen om haar heen voelen, alsof alles nog was zoals voorheen.

‘Waar brengt u me naar toe?’ vraagt ze.

‘Dat kan ik u niet zeggen.’

Zijn stem heeft een metalen klank, alsof er een robot spreekt.

Haar keel knijpt samen, ze wordt beurtelings warm en koud. Haar ademhaling gaat steeds sneller, ze heeft het gevoel dat ze stikt.

‘Mag er een raampje open?’ perst ze eruit.

De chauffeur schudt nee.

Zijn zwijgen benauwt haar, het doet haar denken aan de periodes van stilzwijgen tussen Bart en haar. Louise probeert haar ademhaling onder controle te krijgen met oefeningen die ze leerde van haar therapeut. ‘Niet zo krampachtig, laat los.’

Het helpt. Er rest haar niets dan zich over te geven. Ze sluit haar ogen en hoort in de stilte alleen maar het ronkende geluid van de motor. 

Wanneer waren de verwijten over en weer begonnen?

‘Jij denkt alleen aan je carrière, we zouden een gezin stichten, weet je nog?’

‘Ik ben nog niet toe aan kinderen.’

Bart heeft makkelijk praten, hij hoeft geen leiding te geven met zijn baan als stratenmaker.

Als het busje plotseling stopt schrikt ze.

‘Uitstappen,’ beveelt de portier.

Hij laat haar alleen achter, de mist is dichter geworden.

Louise heeft geen idee waar ze zich bevindt. Met het licht van haar telefoon schijnt ze over de smalle landweg. In de verte blaat een schaap.

Bart was altijd degene die als eerste sprak. Daarna leefden ze verder alsof er niets gebeurd was.

Ze rilt. Niet stil blijven staan, maar in beweging blijven. 

Langs de weg staat een paaltje met daarop een nummer. Zou het voldoende zijn om haar plaats te bepalen?

Haar vingers toetsen het zo bekende nummer in. Het geluid van de voicemail doorbreekt de stilte: ‘Spreek je boodschap in na de piep.’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!