Weekend

‘Ach, guppie toch, wil je niet eten? Ben je een beetjes ziekjes?’ Ik voel voor de vorm aan zijn voorhoofdje. ‘Zal Mechje jou naar bedje brengen, dan?’

Mijn baas en zijn vrouw adviseerden me om hem in dat geval zijn zin te geven, tenminste als ik zelf ook een gezellig weekend wilde hebben: ‘Zet hem maar voor de tv met een Danoontje, poppetjes kijken vind hij heerlijk.’
‘Nee,’ pruilt de kleine man in tranen ‘poppetjes kijken.’
‘Poppetjes komen niet, lieverd. Poppetjes zijn verdrietig als jij ziek bent en niet kunt eten.’
‘Niet ziek, niet eten, poppetjes kijken.’
 
Ik haal hem uit zijn kinderstoel en aai liefdevol over zijn bolletje en zijn rug. ‘Kom maar, vriendje. Dan gaan we lekker slaapjes doen, dan word je gauw weer beter.’ Boven krijgt hij luid protesterend een schone luier en sus ik met lieve woordjes en een liedje. Met zijn handjes op het boze bolletje zegt hij ineens: ‘Gion eten.’ Zou het echt zo gemakkelijk zijn? Ik blijf in mijn rol en neem hem op mijn arm. ‘Echt waar? Voel je je alweer een beetje beter?’
‘Hja.’ Nog één keertje snikt de kleine acteur na.
 
‘Dan gaan we lekker eten, en dan zal ik meteen even vragen of de poppetjes komen, goed?’ Beneden in de kinderstoel, voer ik hem kleine hapjes terwijl ik hem uitbundig prijs.
‘Goed zo schat, wat ben je toch een grote jongen.’
‘Nee, grote kind!’
‘Ja, én lief.’
 
We hebben een heerlijk weekend samen, we kijken tv, voeren eendjes in het park, doen samen boodschappen en dutjes, lezen drie keer ‘Rupsje nooit genoeg’ en waaien op zondagmorgen uit aan het strand van Scheveningen. Na ons middagdutje en een uurtje poppetjes kijken, zitten we gezellig samen in de keuken aan het avondeten.
‘Auto,’ zegt hij en spert zijn mondje open.
‘Ja, en dan komt er een bootje.’
‘En fietuig.’ Enthousiast wipt hij op en neer in zijn kinderstoel.
‘Ja, die ook.’
 
Ik hoor de voordeur, dan de voetstappen van zijn ouders op het parket. ‘Mech, ik geloof mijn ogen niet. Wat heb je gedaan?’ We lachen. ‘Geen idee, mijn moeder geïmiteerd denk ik, maar het werkt.’ Vertederd kijk ik naar de uitbundige begroeting tussen ouders en kind. ‘Wat gezellig dat jullie er weer zijn. Wij zijn bijna klaar met eten, hè Gion?’ ‘Ja,’ zegt hij, ‘en dan poppetjes kijken.’ Hij spert zijn mondje weer open. ‘Fietuig!’
Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties