Bestemming

Bestemming

28 december 2019 0 Door Edgar Zonneveldt

De jongen had een tamelijk eenzame eerste kerstdag achter de rug. Hij was alleen in dit land. Een land waar hij de kerst in grauwe regensluiers had gevierd. Zo anders dan in zijn eigen land. In zijn eigen land waar sneeuw en familie de kerst knisperend koud en hartverwarmend warm maakten. Zijn eigen land waar gastvrijheid en samen uitbundig eten de norm is. Nee, dan Nederland. Het toppunt van kerstsfeer waren de eindeloos afgezaagde liedjes van toen op de radio.  Wat had hem bezield naar dit kleine land te vertrekken?

Hij kon zichzelf wel eenzaam noemen, toch? Hij was weliswaar uitgenodigd door familie van een medestudent, maar daar had hij zich misplaatst gevoeld. Hij begreep hun humor niet, toen ze elkaar een onafzienbare rij lullige kerstfilmpjes hadden laten zien. Bovendien werd hij moe van het spervuur aan nogal domme vragen over zijn land. Nederland, het had hem het beloofde land geleken, maar inmiddels had hij wel door dat hij het Nederlands niet onder de knie zou krijgen en Engels kon hij ook thuis wel leren.

Daarom was het goed toeven op Schiphol op deze tweede kerstdag. Warm en vol mensen. Zonder dat iemand hem zielig vond terwijl hij alleenig rondliep. Daar waren er namelijk veel van op de luchthaven. Hij was, hoe heerlijk, anoniem. Schiphol deed hem ook verlangen naar over een paar maanden als hij het vliegtuig weer naar huis zou nemen. Terug naar huis en de zomer daar. Hier op Schiphol was hij onder de mensen, onderdeel van de stoet die ook geen Nederlands kende. Eén van hen, één van de komers en gaanders en onderdeel van het verlangen naar Daar.

Hij zag haar achter een dikke paal. Dat wil zeggen, ze leunde tegen de paal. Blond zoals ze alleen in Nederland zijn, fijn van vorm en alert uit haar ogen kijkend. Een droom. Kortgerokt met een panty met, nou ja, je kon niet alles hebben, kerstmannetjes er op. Wat een droom, een Engel uit een Walt Disneykerstfilm die het Goede Nieuws aankondigde. Maar dan geen zedige engel. Op slag was hij uit al zijn mijmeringen en zwaarmoedigheid losgerukt. 

Ze kreeg hem in het oog. Keek naar hem. Ogen als de blauwe zee van thuis met de blonde haren ruisend eromheen.

 私の神! 

Hij voelde iets opwellen. Het was geen lust, het was geen liefde op het eerste gezicht. Ja wat was het? Het was, het was… bestemd zijn. Bestemd zijn om zijn hele leven door die blauwe ogen te worden aangekeken, te worden geduwd, aangemoedigd en verleid. Hoe passend, om op een plaats van vertrek je levensbestemming te vinden. Ze keek hem vorsend aan. Hij begreep het, waarom stap je niet op me af? Hij wist, ze wenkt me met haar ogen. Hij voelde geen aarzeling en zette kordaat koers naar zijn eindbestemming. 

Achter de dikke paal kwam abrupt nog een gestalte tevoorschijn, vierkant, groot en luisterend naar wat zijn vriendin zei, terwijl ze bevreesd naar de aansnellende buitenlandse jongen wees. Het blok beton keek nog onvriendelijker naar hem dan zijn gestalte al deed vermoeden. 

In zijn herinnering werd geëtst: Kerst in Nederland, grauwe regensluiers, Schiphol, niet op reis en toch zijn bestemming gemist.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!