Vorst aan de grond

Gerrit had gezegd dat het kon gaan vriezen aan de grond. En als Gerrit zoiets zei dan klopte dat meestal wel. Gerrit had wat dat betreft eigenlijk alles mee. Hij had een uiterlijk waar pestkoppen en hun meelopers dol op zijn. Rood haar, sproeten en een vriendelijk wat bleek gezicht. Heldere ogen, het slanke lijf van een kamergeleerde en ruim bovengemiddeld intelligent. Laten dat nou juist eigenschappen zijn die hem op zijn huidige leeftijd zo’n betrouwbare uitstraling gaven.

‘Elk nadeel heb zijn voordeel’ zou wijlen Johan zeggen. Misschien dat zijn buitenbeentjes uiterlijk zelfs ook zijn bijzondere studiekeuze had bepaald. En daar stond Gerrit dus, op zijn eigen, in de loop van de jaren wat minder houterige, wijze op tv op prime time het weer te voorspellen. En dan klopte het gvd ook nog.

Daar was hij deze ochtend pijnlijk achter gekomen. Op school was hij altijd het baasje geweest. Ten koste van anderen. Maar nu was hij al jaren een beetje gluiperige onderknuppel op een kantoor. En zijn manager was tot overmaat van ramp een roodharige nufjuf met een salaris dat hij nooit zou gaan bereiken.

Vanmorgen dus. Hij fietste naar het station. Zijn telefoon ging. Hij pakte zijn telefoon uit zijn jaszak en zag dat het nufjuf was. Hij had haar grijnzend weggedrukt, ze kon wel ff wachten. Op dat moment slipte hij over het spekgladde fietspad. Vaag herinnerde hij zich de roodharige ambulance broeder die verdomd veel leek op Gerrit. Hij was eigenlijk niet gelovig, maar zou het toch waar zijn? Dat God onmiddellijk straft namens alle  roodharigen?

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op