Aan de lijn!

Zo, poeh. Even zitten. Kijk, deze dame kan straks weer heerlijk parmantig door de buurt flaneren. Maar gottegot… Wat is het afzien. 

Ik ben niet altijd zo dik geweest. Vroeger was ik zo verlegen dat ik niet eens durfde te eten in het openbaar. Het was mijn broer Freek die mij altijd hielp met dat soort sociale dingen. Elke dag kwam hij me halen om samen te gaan eten. Lag ik net lekker met een kleedje op de bank, kwam hij aanzetten. ‘Kom’, zei hij dan ‘We gaan lekker samen eten’. Ik hoor nog zo zijn rauwe, luide stem. Ik had maar te luisteren, want als ik niet wilde duwde hij me zo de bank af. 

Op een dag kwam Freek niet meer langs. Ik was zo ongerust. Dagenlang zat ik bij de deur te wachten. Later begreep ik dat hij was verongelukt op weg naar mij. Ik ging kapot van verdriet. Het enige dat me op de been hield was eten. Het deed me denken aan mijn maaltijden samen met Freek. Ik bedacht me dan hoe slordig hij vaak at. Toen was dat storend, maar nu verlangde ik er zo naar om nog één keer samen te eten. Lieve, stoere Freek met al zijn onhebbelijke karaktertrekken. Maar wel mijn lieve grote broer. 

Ik was in die tijd óf aan het janken, óf aan het eten. Tot ik de tip kreeg om eens te gaan daten. Ze wisten nog wel iemand. Een havenwerker uit Amsterdam. Ook verlegen, typisch iets voor mij. We spraken af en hoewel het niet meteen vonkte trok hij wel bij me in, vooral omdat hij op dat moment dakloos was. Binnen de kortste keren claimde hij de zolder als zijn territorium en op den duur zag ik hem bijna niet meer. Het was op een moment zelfs zo erg dat meneer zijn eten ook maar op zolder wilde. Zat ik wéér alleen te eten. Ik was het zo zat, dat ik hem het huis uitgestuurd heb. Ik heb hem sindsdien nooit meer gezien. Ik vraag me nog wel eens af wat er van hem geworden is. Misschien zit ie wel gewoon in de buurt. Ik zou het niet weten. Temeer omdat ik inmiddels zo dik geworden ben dat ik het huis niet meer uit kan. 

Daarom heb ik nu dus een personal trainer. Jonge vent. Gespierd, rank en lenig. Springt uit stilstand zo bovenop een tafel. Door zijn stekelige haar noem ik hem steeds Egeltje. We moeten er allebei telkens om lachen. Maar het is aanpoten hoor. Lig ik net lekker, hup daar komt ie weer. Rent ie net zo lang achter me aan tot ik niet meer kan. Als ik te traag ga krijg ik zo een pets op mijn billen. We hebben zelfs nu een dieet met allemaal lightproducten. Ja, het begin was heel zwaar, maar het doel komt steeds dichterbij. Waarschijnlijk kan ik volgende week eindelijk weer eens naar buiten omdat ik weer door het kattenluikje pas! Miauw! 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op