Onvoorzien

‘Mijn man is autistisch.’

Ze kijkt me onderzoekend aan. Ik ken haar man niet. Heb hem wel eens gezien. Leek mij een prima kerel.

‘We zijn nu bijna dertig jaar bij elkaar. Hij is lief hoor en een betrokken vader, ik hoef maar te kikken en er hangt weer een fotolijstje, maar ik weet nog steeds niet of hij me echt begrijpt. Waarom vinden jullie mannen het zo moeilijk om je gevoel te laten zien?’

Voor ik kan zeggen dat niet alle mannen autistisch zijn, praat ze alweer verder.

‘Het is zwaar,’ vervolgt ze. ‘Ik denk dat mijn oudste het ook heeft. Echt een zorgenkind. Hij dreigde laatst een eind aan zijn leven te maken en voor het eerst dacht ik ‘Spring dan maar van die brug.’ Hij is de moeilijkste van de drie, maar wel mijn liefste. Hij heeft het ook niet getroffen met zijn vriendin. Een lieve meid hoor, maar ze kan hem niet de steun geven die hij nodig heeft. We hebben zoveel meegemaakt met die jongen, je zou eens moeten weten.’

Ze zucht. 

Ik wil het helemaal niet weten. We zijn net een week collega’s, daarvoor kenden we elkaar alleen van de tennisvereniging. Ik had gehoopt om samen de schouders onder een automatiseringsproject te kunnen zetten, maar dat project lijkt nu verder weg dan ooit. Ik knik nog maar eens begripvol.

‘Zou ik vanmiddag wat eerder weg kunnen?,’ vraagt ze. ‘Mijn dochter moet naar de huisarts. Niets ernstigs hoor, maar ze slaapt al weken slecht. Ze was altijd al een vaderskindje, twee handen op één buik. Toen ze jonger was, voelde ik me soms best wel buiten gesloten. Als moeder hoop je toch op een dochter met wie je gezellig kunt winkelen. Nu ik jou dit zo vertel, bedenk ik dat ze misschien ook wel autistisch is. Ik had haar nooit moeten laten vaccineren.’

Ik werp snel een blik op mijn bureau. Op het beeldscherm staat wat er allemaal nog moet worden gedaan. Ik tel mijn koffiekopjes. Elf. Ik zou minder koffie moeten drinken.

‘Mijn jongste is een ander verhaal,’ vervolgt ze. Vanaf het moment dat hij naar de middelbare school ging, hebben we hem eigenlijk niet meer gezien. Hij was altijd weg. Heel anders dan zijn broer en zus, hij is meer een flierefluiter. Eigenlijk lijkt hij het meest op mij.’

Ze wijst naar mijn fles water. ‘Vind je het goed dat ik wat pak? Vanwege mijn maag moet ik veel drinken en leidingwater verdraag ik minder goed. Je weet niet wat het waterleidingbedrijf allemaal in ons water stopt. Wat heerlijk om zo even te kunnen praten.’

Ze pakt haar tas in.

‘Je moest eens weten hoe vaak ik teleurgesteld ben door zogenaamde vrienden. Voor ik het vergeet, morgen ben ik er niet. Mijn moeder trekt bij ons in. Ze kon niet langer leven met mijn vader, althans niet met zijn drankprobleem. Maar dat is een heel ander verhaal. Fijne avond!’

Zuchtend pak ik de voortgangsrapportage erbij en vul in: ‘Planning: project vertraagd. Oorzaak: Onvoorzien.’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op