Na de val

Het glas stond er nog. Er was nauwelijks iets uit verdampt. Geen kalkkringen, zacht water. Ik rook eraan, zonder reden, gooide het leeg in de gootsteen en vulde het met vers water uit de kraan. De balpen en het pak A-vierpapier lagen ook nog op de eetkamertafel.

Natuurlijk lagen ze er nog, niemand komt hier. Ik heb ze opgepakt en meegenomen naar boven, naar de overloop. Daar ben ik gaan zitten, met mijn billen op de sisal vloerbedekking, waar je pseudocellulitis van krijgt, en mijn voeten op de tweede trede van boven. Dit uitzicht, van boven de diepte in, leek me wel gepast. Vogelperspectief, dat staat toch synoniem voor de dingen in verhouding zien, voor een objectief standpunt? Dat heb ik nodig om alles eerlijk op papier te krijgen. Ik ben alleen niet zo goed met woorden. Ik zie ze niet staan, of juist wel als ze er niet zijn. Ik laat onbedoeld letters weg, ik voeg ze toe, ik verwissel ze van plaats. Ik werd getest door een duur bureau. De uitslag kwam in een officieel rapport, waardoor ik bij examens recht had op extra tijd en een apparaat dat me voorlas, maar daar heb ik nu niets aan.

Vannacht nam ik een besluit: ik teken – ik weet dat je dat niet kunt zeggen, niet zoals: ik schrijf – ik teken waar Laura op JFK naar vroeg, wat ik heb uitgezocht. De Waarheid. 250 vel, dat moet voldoende zijn. Uit mijn tas haal ik zes zwarte fineliners, allemaal dezelfde: 0,3 mm, water and fade proof, pigment ink. Ik scheur het pak papier open en besmeur gelijk het eerste vel. Die bloedvegen zijn geen reden voor ongerustheid, ze zijn te danken aan de traploper. Ik heb hem losgerukt. Dat viel nog niet mee. Hij is van sisal, net als de vloerbedekking op de overloop. De vezels hebben mijn handen opengereten. De pijn was meer dan draaglijk, eerder welkom, als blaren na een dag houthakken.

Op het besmeurde vel teken ik een meisje, een jonge vrouw, zittend, boven aan een trap. Haar tieten zijn wat te groot uitgevallen – you wish, Sofie Nauta – maar aan haar staartje kun je zien dat ik het ben.

Over de trap heeft ze niet gelogen, de sporen zijn er nog: wollen pluizen ingesloten in amberkleurige lijmplakkaten, als fossiele spinnen in barnsteen. Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet, twee treden per kleur.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op