De fietstunnel

Hollen moest hij, hollen in de avond. Vijf dagen per week was hij overdag paraat voor de winst. De winst van het bedrijf waar hij werkte.

Donkere avonden in de wintermaanden. Het had ook zo zijn voordelen. Rennend in het donker door de weilanden waren zijn zintuigen extra scherp. Rennen was goed voor zijn ietwat onrustige kloppende hart, zo zei de dokter. Dus daar ging hij weer.

Het gras rook dieper in het duister en de vleugelslagen van een enorme onbekende vogel vibreerde merkwaardig vaak geluidloos voorbij. Het wanhopig geritsel van muisjes langs de kant op zoek naar iets te nassen. Scherp, vol en met focus voltrok zich de nacht aan hem via zijn neus en oren. Een beweging net half buiten zijn ooghoek.  Alsof, al rennend, een andere dimensie zich in zijn lijf open zette of op zijn minst aan zijn zintuigen klopte.

Fijn wel, maar tijdens zijn eenzame nachtruns speelden ook zijn aloude kinderangsten op. Onbenoembare geluiden, een rare flits, een nieuwe onverklaarbare geur. 

En altijd was daar die fietstunnel. Vol leven van fietsende scholieren overdag, maar in de nacht doods en badend in een merkwaardig blauwwit licht. Van welke kant hij er ook in dook; de tocht naar beneden leek, nee wás altijd langer dan naar boven. 
Naar beneden leek zijn geest antwoorden te vinden. The Meaning of Life. Niet die Meaning van de Monty Python-film van 25 jaar geleden maar echte betekenissen hem door de tunnel ingegeven.

De korte route naar boven deed ze telkens vervagen in het schrale licht. Elke nachtrun werd de tunnel een groter mysterie, ongrijpbaar en vol, van een route naar warme geborgenheid of toch huiver?  Het donker aan het eind van de tunnel bracht altijd weer die opluchting en hij keek nooit om. Net zoals in zijn kinderjaren; als hij dat zou doen dan…

Enige ergernis voelde hij wel toen op een gure novemberavond een engel zijn weg versperde. Een groot wezen wel zo’n engel. De engel spiegelde zijn houding, ademde niet. Had geen kleren aan, was alert en wapperde een beetje onordelijk met zijn vleugels. Een mannetje was het. Hij stond precies op het vlak van de fietstunnel waar naar boven ophield voor naar beneden. Of andersom. 

Hij vroeg of hij erlangs mocht, kon de engel ietsjes opzij? Zijn training werd hinderlijk onderbroken zo, dat begreep meneer de engel toch wel?
De engel sprak.
En hij begreep het. De engel zou niet zomaar opzij gaan. Verwacht werd dat hij zou spreken over betekenissen, zijn Reis. Betekenissen die hij voelde en had voor mensen, voor zijn familie, voor De Wereld, voor zichzelf. Had hij dat voorvoeld, had hij zich dáár in getraind daar tijdens die eenzame runs door de tunnel?
Focussen nu en er voor gaan. Alles geven als in een marathon. Gaan voor de warme geborgenheid en niet voor de huiver. Hij voelde het boven komen, de antwoorden. Hij stond paraat voor de winst.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op