Gelukkig gezin

Ergens op een eilandje in de Zuid-Chinese zee, augustus 2019, 9.00 uur ’s ochtends.

Slaperig roer ik door mijn waterige cappuccino, doe nog een vergeefse poging om een wifisignaal op te vangen als ik ze uit mijn ooghoeken voorbij zie lopen. Het duikpak half afgestroopt, druppels glinsteren nog op de bruine, gespierde benen, een opgewekte heldere glimlach op beide gezichten. De Man, een warrig bos haar boven zijn helderblauwe ogen, midlife maar zeker niet in crisis, en de Vrouw, leeftijd moeilijk in te schatten, een natuurlijke schoonheid, raakt zacht de arm van de Man aan als ze bij het tafeltje hun spullen neerzetten. Drie puberdochters kijken op van hun telefoon. Vol enthousiasme beginnen de Man en de Vrouw te vertellen over hun eerste duik van vanmorgen. Dochter één, een spitting image van haar moeder, legt haar telefoon weg en tovert een glimlach op haar gezicht. Nummers Twee en Drie volgen lachend. De Man gebaart hoe groot de vissen waren, de Vrouw, roze blos, knikt trots. 

Ik denk aan de beginzin uit Tolstojs klassieker Anna Karenina; ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.’ Ik kan mij geen ander gezin bedenken waar dit gezin op lijkt, en vraag me af of het misschien mogelijk is dat dit gezin ongelukkig is. Ik kan het me niet voorstellen. Maar ze lijken helemaal niet op mijn gezin. En wij zijn best gelukkig. Denk ik. Ik kijk naar mijn zoon die net aangeschoven is. Hij stoot een vloek uit over de gebrekkige wifi, zakt nog verder onderuit en antwoordt dat hij niks hoeft van het ontbijtbuffet. Iets over gore pannenkoeken, en hij gaat toch zeker geen nasi eten ’s ochtends? Wat we gaan doen vandaag? Geen idee. Relaxen, net als gisteren en net als morgen. En zo waaien de dagen langzaam voorbij. Lummelen op het strand, aapjes spotten, vechtende leguanen, soms een lokaal biertje, en alweer eten we noedels met kip. 

Als we het eiland verlaten zie ik ze weer. Ik moet goed kijken om te zien wie van de vier vrouwen de Vrouw is. Een wijde fel gekleurde bohemian broek, shawl nonchalant in haar haar gebonden, haar huid strak als die van een blozende baby. Ik voel een vlaag van jaloezie. De Dochters, hip zoals alleen tieners kunnen zijn, kniekousen onder een geruit rokje, knotjes, geen rolkoffers maar rugzakken. Lachend en vrolijk kletsend.
Ook wij staan te wachten op de boot. Vanaf de steiger turen we zwijgend naar de vissen die in enorme scholen voorbij zwemmen. We delen in stilte het prachtige uitzicht, wisselen af en toe een blik en zijn samen met onze eigen gedachten. Een weldadige rust daalt op mij neer.

Ik denk dat Tolstoj het mis heeft. Het Gezin is op geheel eigen wijze gelukkig. Net als dat van mij.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op