Bezoek

Het huis geurt naar koffie. Judith geniet met volle teugen van haar vrije dag. Ze heeft uitgebreid een bad genomen en geniet nu van een ontbijt met warme croissants, verse jus d’orange en een zachtgekookt ei. Op gewone dagen eet ze haastig een bak yoghurt met muesli. Vandaag uitgebreid de krant erbij en op de achtergrond een muziekje. Heerlijk.

Dan gaat de bel. Ze verwacht niemand en ze heeft weinig zin om open te doen. Het zijn vast Jehova’s getuigen of de bezorger met pakketjes voor buren. 

‘Laat maar bellen,’ zegt ze hardop tegen zichzelf, ‘ik ben er vandaag niet.’

Maar het gebel houdt zo langdurig aan dat ze toch maar naar de deur gaat. Van ontspannen ontbijten is geen sprake meer.

‘Goedemorgen,’ klinkt een overbekende stem. 

Het voelt alsof de grond onder haar voeten wegzakt: dit kan niet waar zijn. 

‘Dat is onverwacht, hè,’ hoort ze vanuit de verte.

Ze herpakt zich en staat oog in oog met de man die ze nooit meer wilde ontmoeten. ‘Hoe haal je het in je hoofd hier zomaar voor mijn deur te staan na al die jaren? Jij durft!’

‘Zo ken ik je weer, altijd even verontwaardigd en opgewonden. Mag ik alsjeblieft binnenkomen?’

Als in een film trekken de beelden van jaren geleden voorbij: de tomeloze verliefdheid, de plannen voor het huis in de Algarve in Portugal waar ze samen zouden wonen. Ze had er al haar spaargeld in gestoken. Weer beleeft ze de verbijstering toen hij plotseling was verdwenen. De woede en wanhoop daarna. De ploert, die nu zomaar denkt binnen te kunnen komen.

‘Ik kan het je allemaal uitleggen,’ zegt hij.

‘Jij kunt het állemaal uitleggen en je denkt dat ik enige behoefte heb aan jouw uitleg? Je mag me zonder woorden een enveloppe met geld overhandigen en dan onmiddellijk weer uit mijn leven verdwijnen.’

‘Luister, Judith, mijn leven verliep niet …’

‘Ben ik niet duidelijk geweest? Jouw leven interesseert me totaal niet.’

‘Ik … ik ben ernstig ziek.’

‘Dan ben je hier aan het verkeerde adres, de dokter woont om de hoek.’

‘Jij bent spijkerhard. Dat was je toen ook al.’

Ze kijkt hem in de ogen en opeens is de vonk er weer. De blik die ze destijds niet kon weerstaan, dwingend, maar ook iets van zachtheid daarin. Haar weerstand breekt. ‘Wat is er dan met je aan de hand?’ vraagt ze.

‘Goed zo, meisje, nu ken ik je weer.’

Rond zijn mond speelt een triomfantelijk lachje

Dan explodeert alle woede en pijn van de afgelopen jaren:

‘Wegwezen nu en laat je hier nooit meer zien.’

Judith loopt terug naar de tafel. De croissant is koud geworden. Maar ze voelt vooral opluchting. Deze zomer gaat ze naar Portugal. Voor het eerst na al die jaren.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op